Stadsgedicht

Proloog

Als en of je van een stad kunt houden:
een stad is niets dan straten en gebouwen
mensen die zich ergens heen verlangen
haasten zich naar winkels, warenhuizen

cafĂ©’s en restauranten, bioscopen
en hotels om in te slapen, nee je wil nog
niet naar huis, je wilt alleen wat dansen,
drinken, iemand om mee weg te lopen

nee teer te beminnen, toch iets kopen.
Lang heb je dat – als ze je vroegen: ‘Heb jij
die cake van de Xenos’ en jij zei ‘nee, die

heb ik zelf gebakken’ – opgevat als compliment,
het stilt de honger, tot iemand eindelijk wist:
je liegt. Je moet een eigen stad beginnen.

F. Starik