Sonnet van Menno Wigman

​De weg van alle boeken

Ik had vandaag een nieuwe pen gekocht
en zeven keer schreef ik mijn naam.
Toen moest ik huilen. God, wat huilde ik.
Ik dacht: iets scheefs verkankert mijn gedicht.
Ik zag mijn schrijfhand en ik wist.

Wat ik gedaan heb, ja – en wat ik doe.
Mijn schrijfhand is aan roken toe.
De angst. De witte wimpers van de angst
dat ik mijn leven heb verschreven.

Ik wil de hemel en ik wil de straat,
ik wil in zestigduizend hoofden ruisen
en iedereen een tand uitslaan

voor ik de weg van alle boeken ga
en roemloos bij De Slegte sta.

Menno Wigman