Stadsgedicht

NIEUWE HARING

Dinsdag was het weer zover: de nieuwe haring
arrivé en meneer Dok staat paraat, met zijn twee
vrouwen, zijn mes en zijn emmer, in zijn stal op het plein
aan het begin van de Haarlemmerstraat, beter spul

kan je niet krijgen. Dat komt, heeft hij me eens uitgelegd,
omdat hij zijn haring koploos aan laat voeren, hij weet
precies wie en wanneer de beste haring heeft. En waar
de leukste mensen komen. Hij staat er al zo lang.

Hij serveert er een korenwijntje bij. Geen slecht idee,
voor wie om elf uur ‘s ochtends nog aan zijn werkdag
moet beginnen, korenwijn. Meneer Dok informeert

hoe de haring smaakt. ‘Goed genoeg om een gedicht
over te verzinnen,’ antwoordt een zijner vrouwen. Rot
voor de haring. Maar wij leven. In liefde en vertrouwen.

F. Starik