Fragment Misdaad – Irvine Welsh

​Het lichaam leek na de dood te zijn gekrompen, toen het aanspoelde op de rotsen onder aan de klippen. Vreemd genoeg had het hem destijds niet zoveel gedaan. Nou ja, het had hem wel degelijk iets gedaan, maar niet op een obsessieve manier. Hij moet denken aan zijn oude maat, Les Brodie. Ze schoten vroeger met luchtbuksen zeemeeuwen neer. Een meeuw neerschieten was anders dan een duif. Les en zijn duiven. Van een meeuw bleef gewoon niets over, alsof het een kapotte ballon was. Het verschil tussen het lijk van een dode volwassene en van een kind (en Britney was het eerste dode kind dat hij had gezien) was dat gevoel van afname in volume. Maar misschien drong het op dat moment pas tot je door hoe klein een kind was.

Lennox voelt dat zijn hart weer sneller gaat kloppen, en het zweet breekt hem uit. Hij dwingt zichzelf diep in en uit te ademen. Dat cyaanblauwe lijk, ondoorzichtig; het was maar een lichaam, Britney bestond niet meer; waar het om ging was de klootzak die het op zijn geweten had voor het gerecht te slepen. Hij ziet het nu duidelijker voor zich dan ooit: de uitpuilende ogen, de opengebarsten bloedvaten door het wurgen terwijl hij in haar drong, het leven uit haar kneep ter wille van zijn eigen kortstondige bevrediging.

Een mensenleven in ruil voor een orgasme.

Hij vroeg zich af of het echt zo was. Pas toen hij zich de angst van het meisje probeerde voor te stellen, haar laatste ogenblikken, kwamen hem die tastbare beelden voor de geest. Maar zag ze er echt zo uit? Was het niet zijn verbeelding die de hiaten opvulde?

Nee. De video. Het was echt zo. Hij had niet naar die video moeten kijken. Maar Gillman was erbij, hij staarde emotieloos naar de beelden die Meneer de Snoepverkoper had opgenomen. Lennox was als leidinggevend officier verplicht er als neutraal observator bij te zitten, ook al ging hij vanbinnen helemaal kapot.

Hij dacht aan het moment vlak voordat hij de trekker overhaalde. Dat tijdloze ogenblik voordat het kogeltje de luchtbuks verliet: het lege gevoel in zijn binnenste na afloop, terwijl de vogel klein en levenloos op het asfalt of de rotsen lag bij de monding van de Forth bij Seafield.

Les Brodie. De duiven.

Plotseling is hij zich bewust van een menselijke stem.

‘… je praat niet meer met me, Ray, je raakt me niet meer aan… in bed. Je bent nergens meer in geïnteresseerd.’ Trudi schudt het hoofd. Kijkt voor zich uit. Haar mond en ogen staan strak. ‘Soms denk ik wel eens dat we er gewoon maar van af moeten zien. Wil je dat liever? Nou?’

Er gloeit een sprankje woede in hem op. Het lijkt van erg ver weg te komen, uit een verlammende doolhof. Ray Lennox kijkt haar neutraal aan en wil zeggen: ‘Ik verdrink erin, help me alsjeblieft, help me…’ maar wat hij in werkelijkheid zegt is: ‘We hebben gewoon behoefte aan zon. Een lichttherapie, of zo.’

Trudi haalt opgelucht adem. ‘Het is inderdaad een stressvolle tijd, Ray. En we moeten echt beslissen wat we willen met het huwelijk. Ik denk dat we daar ook gespannen van raken. Over achtenhalve maand is het al september!’

Fragment uit: Misdaad. Uitgeverij De Arbeiderspers. Vertaling: Ton Heuvelmans