Stadsgedicht

PUT

Over hoe we onze maaltijd toebereiden
zijn bibliotheken volgeschreven, hoe
al dat verrukkelijks ons weer verlaat
we willen het niet weten. Niets weten

dan dat je bent gevonden en waar en niets
liever dan niet daar waar wij ons allemaal
ons leven lang gedachteloos op dagelijkse
basis achterlaten: altijd achterom ziend

of dit nu alles is of juist heel veel. Al wat ons
verlaat. En hoe we ons verbonden weten in
die ondergrondse darmen van de wereld.

Aangesloten op ons lichaam, hoe dan ook,
die zak vol stront en botten. We produceren niets
dan afval, slijk. We zijn ons liever kwijt dan rijk.

F. Starik