Stadsgedicht

Stadsdichter Menno Wigman schreef dit gedicht over stadswijk IJburg. Gepubliceerd in Het Parool 6 oktober 2012. Het gedicht dat Wigman schreef na het overlijden van Gerrit Komrij kregen jullie nog van ons te goed (gepubliceerd op 14 juli in Het Parool).

Liefde op IJburg

Waarom houden we steeds korter van elkaar?
Wild, snel, elektrisch, ja, zo neukten we
of lang en langzaam, doornat van geluk.
Nu wonen we op IJburg, al drie jaar,
en het heet beddendood en we zijn klaar.

Dat er een dag komt dat je vuil ontwaart.
Hoe ‘s nachts een wildvreemd wezen naast je slaapt.
De liefde brak voor onze ogen stuk
en het heet beddendood en het is klaar.
Waarom houden we steeds korter van elkaar?

De tijd is op
In memoriam Gerrit Komrij

De eerste keer Venetiƫ: grandezza!
Je zag een gondelier, hij stonk van pracht,
de zon zonk als een wrak het water in
en schoonheid zegevierde in je hoofd.

Je leefde en het licht was als de dood.

Luguber de lagunen en luguber
de gondel die aan rotte palen trok.
En ‘s avonds duizelde je stegen door,
je verloor je in dood en in azuur

en alles, alles was nu literatuur.

De stegen van een lege bibliotheek.
Het labyrint dat haast een vrijstaat leek.
Je dichtte als Venetiƫ. Geen hand
schreef zo galant over het laatste uur.

De tijd is op. Vaar uit naar het azuur.

Menno Wigman