Uit de oude doos…

Naar aanleiding van ons 30-jarig bestaan, stoffen we dit jaar de fotoalbums af. Zo kwamen we enkele pareltjes tegen waarvan we het niet kunnen laten deze met iedereen te delen. Elke keer vragen wij een geportretteerde de foto Aarsmaniaans te bespreken.

Deze week de dichter K. Michel over zijn samengestelde avond over abnormale poëziepresentatie.

Anne Vegter, Joke van Leeuwen

‘Op de foto zien we Anne Vegter en Joke van Leeuwen in actie. Anne is bezig om haar associaties te tekenen bij de tekst die Joke aan het voordragen is. Ze doet dat op een computer-tablet; de beelden worden direct achter haar geprojecteerd. De mond van Anne ziet er een beetje raar uit omdat ze ontzettend haar best zit te doen. Even hiervoor had ze bekend ‘totaal niet te kunnen tekenen’. De reden waarom ze het toch doet, ligt bij Joke. Eerder op de avond had zij de teksten van Anne op virtuoze wijze ‘live’ met tekeningen begeleid om haar vervolgens uit te dagen ‘het ook eens te proberen’. Het was erg spannend om te zien.

Een en ander vond plaats tijdens een avond op 17 april 2007 die ik mocht samenstellen en presenteren. Het verzoek van de SLAA was om andere vormen van poëziepresentatie te tonen dan de normale. Dus liet ik een filmpje zien van Jaap Blonk die geluiden maakte die luchtbellen lieten dansen en had ik een gesprek met Geert Buelens over een tekst-animatie van Heavy-Industries. Astrid Lampe ‘deed’ een tekst met diverse stemmen (op de achtergrond beelden van het handschrift van Alice in Wonderland) en ik vertolkte enkele gedichten in duetvorm met Lizzy Timmers. Tot slot scandeerde het hele publiek de laatste strofe van een gedicht (eigenlijk uitgesproken door een papegaai): ‘op onze planeet gelden meningen als de laagste vorm van leven’. Als ik de reacties na afloop mag geloven dan vonden de meeste mensen het een speelse en opgewekte avond.

Wat bijna niemand wist, was dat mijn zus die middag met spoed in het ziekenhuis was opgenomen. Ik stond stijf van de spanning maar het lukte me enigszins om dat te verbergen. Na afloop zat mijn vader in het café te wachten om verslag te doen van haar toestand. Vijf weken later was ze dood.’