Olijven op Pekelzuur: de voorbeschouwing

Jamal Ouariachi en Said el Haji over Olijven op Pekelzuur

Aanstaande vrijdag, 23 november, stelt schrijver en columnist Asis Aynan in het programma Olijven op Pekelzuur de vraag: Waarom mengen veel Marokkaans-Nederlandse auteurs zich in het publieke debat? Met twee gasten van de avond, Jamal Ouariachi en Said el Haji, blikt de SLAA alvast vooruit.

Jamal Ouariachi (1978, Nederland) debuteerde in 2010 met het boek De vernietiging van Prosper Morèl. In 2011 werd hij geselecteerd voor de bundel Agents-provocateurs, 20 onder 35, waarmee hij als een van de meest veelbelovende jonge auteurs van Nederland werd bestempeld. Daarnaast schreef hij verhalen, artikelen en essays voor NRC Next, HP/De Tijd, Knack Focus en De Revisor. Kortom, hij past precies in het beeld dat Aynan schetst. We vragen Ouariachi dan ook:

Is er volgens u een relatie tussen uw beroep als romanschrijver en het schrijven van opiniërende stukken?

Er zijn overeenkomsten: in beide vormen hanteer je een bepaalde compositie en allerhande stijlmiddelen om een verhaal te vertellen. Maar de verschillen overheersen. Met een roman kan je boven de gekte van alledag uitstijgen. Waar je in een opiniestuk één standpunt verdedigt of aanvalt, kan je in een roman veel breder te werk gaan, verschillende standpunten op een dramatisch interessante manier tegen elkaar uitspelen.

Heeft uw Marokkaans-Nederlandse nationaliteit invloed op uw schrijven?

Ik heb slechts één nationaliteit en dat is de Nederlandse. De hele term ‘Marokkaans-Nederlandse schrijver’ kan wat mij betreft de prullenbak in en dat is dan ook precies wat ik zal betogen, aanstaande vrijdag.


En hoe denkt u daarover, Said el Haji?

Ik heb niet het idee dat het mijn nationaliteit is die invloed heeft op mijn schrijven. Ik denk wel dat de opvoeding, en dan vooral de wijze waarop deze in een patriarchale cultuur door mannen wordt doorgegeven, een grote rol speelt in mijn schrijven. Het is mij ook opgevallen dat relatief veel Marokkanen actief zijn in creatieve (literatuur, muziek, mode, cabaret, theater) en sportieve uitingen (voetbal). Ik heb daar ook een verklaring voor. Deze moet gezocht worden in de fnuikende groepsdruk binnen Marokkaanse families. Creativiteit en sport zijn dan manieren om zich aan die groepsdruk te ontworstelen.  

Said el Haji (1976, Marokko) won in 2000 de El Hizjra-aanmoedigingsprijs voor zijn korte verhaal ‘De kleine Hamid’ en in datzelfde jaar verscheen een uitwerking van dit verhaal in zijn debuutroman De dagen van Sjaitan. Zijn tweede roman Goddelijke duivel kwam uit in 2006 en in 2011 publiceerde El Haji zijn derde roman, De aankondiging. Ook werkte hij voor verschillende regionale en landelijke kranten en sinds 2012 schrijft hij regelmatig voor de bijlage Vonk in de Volkskrant.

Volgens hem is er niet een specifieke relatie tussen romanschrijvers en opiniemakers.

Fictie schrijven vereist een compleet andere ’spier’ dan het schrijven van opiniestukken. Wel hebben romanciers een streepje voor op de rest, omdat zij doorgaans beter schrijven.

Waar heeft u zich recentelijk het meest druk over gemaakt?

Meestal schrijf ik slecht als ik me ergens druk over maak. Ik kan dan niet helder denken. Het schrijven begint pas als ik rustig ben vanbinnen.

En u, Jamal Ouariachi?

Fruitvliegjes. De niet-aflatende terreur van deze verachtelijke diersoort is een plaag waar de politiek nu eindelijk eens paal en perk aan zou moeten stellen. Ik denk erover om volgend jaar een groots opgezet non-fictieboek aan deze nijpende kwestie te wijden.

Op welke manier bereiden jullie je op de avond op a.s. vrijdag voor? Hebben jullie bijvoorbeeld een ‘opkomstritueel’?

El Haji: Ik heb geen voorbereiding. Misschien lees ik mijn voor te dragen tekst één of twee keer hardop voor.
Ouariachi: Exact een half uur voor aanvang van het programma bereid ik mijzelf voor met een mooie spuit heroïne en drink ik een glas ijskoude Fristi.

Dat belooft wat…
Vrijdag 23 november, 20.15 live in De Balie.