Stadsgedicht

Het vierde stadgedicht van de Stadsdichter Menno Wigman bij het 400-jarig bestaan van de Amsterdamse grachten.

Narcisten!

Net als Venetiƫ trekt Amsterdam dag
en nacht narcisten aan. Het zijn de spiegels,

de diepe, zieke spiegels van de grachten,
het is het water dat je gevel rekt,

het water dat bekwaam de luchten vangt
en elke blik of kus op film vastlegt.

Narcisten! Laat in mei! Hun fraaie tred,
hun weergaloze kop: het komt op film.

Het is een drukke stad die aandacht wil
en krijgt. En jij staat bij het IJ en ziet

hoe beeld na beeld in de montagekamer
van het water glijdt en daar verdwijnt.

Een bijrol zijn we, ijdel, lang van stof,
en in een bijzin zullen we verdrinken.

Maar voor we uit het script worden geknipt
spiegelen we ons piekfijn aan het licht.

Menno Wigman