De Heer denkt na

Wekelijkse vragen en overpeinzingen van Daphne

​Verloren levens

Berlijn ligt vol met oude foto’s en oude ansichtkaarten. Welke rommelmarkt je ook betreedt, je treft altijd wel een paar dozen aan met willekeurig bij elkaar gegooide zwart-witfoto’s (soms gewoon ook nog ingelijst) en beschreven ansichten. Het goede is dat je er gewoon ook voor moet betalen. 50 cent per leven.

Natuurlijk slaat je verbeelding acuut op tilt bij het zien van al die verstarde levens. Ook is het een aantrekkelijk idee dat je je hele familiegeschiedenis radicaal kunt wijzigen door voor een paar euro een stel nieuwe voorouders op je schoorsteenmantel neer te zetten.

Dus daar stonden we, als hongerige kinderen, gretig te graaien in de dozen met foto’s. Achterop stond vaak nog een jaartal of een plaatsaanduiding, de laatste vaak volstrekt onleesbaar. Met zorg kozen we zes foto’s uit, het pronkstuk was een doormidden gescheurde foto waarvan we beide helften uiteindelijk uit de doos visten. Een hallelujah-moment.

Ik hou ervan: al die verdwenen levens die nog éénmaal opflikkeren onder de tedere aanraking van een vreemde in de verre toekomst. Daar stonden ze, drie vrouwen, twee mannen, met wandelstokken in de bergen, gekleed op hun paasbest, fier voor zich uit starend na een lange zware wandeling. Of een vrouw, en profil, die argeloos, zich niet bewust van de camera, haar nagels aan het knippen is in een typisch jaren zeventig DDR-decor. Wie zijn die mensen? Hoe heetten ze? Wat waren ze van elkaar? Drie vrouwen vrolijk lachend op het strand, de zon schijnt, een prachtige pier strekt zich uit op de achtergrond. En dan op de achterkant dit jaartal: 1940.

Berlijn Dames

Waar ging het mis?

Het zou allemaal voyeuristisch kunnen voelen: het ongegeneerd aangapen van andermans levens. Maar zo voelt het niet. Het voelt meer als een eerbetoon, een poging om die verstilde momenten weer tot leven te roepen, te reconstrueren wat er die dag tijdens die foto gebeurde, te fantaseren hoe deze mensen leefden, of ze gelukkig waren. Je weet in elk geval zeker dat er iets bijzonders plaatsvond op het moment dat de foto genomen werd, want hoewel we nu elke lantaarnpaal die we passeren vastleggen op onze smartphones, werd er in die tijd natuurlijk veel selectiever gefotografeerd. Het zijn dus hoe dan ook waardevolle momenten en je zou willen dat je al deze levens als een Chinese bordjesacrobaat in de lucht kon houden, dat je al die levens kon bewaren, dat je elke dag een stukje leven erbij mocht bedenken.

De onschuld van oude foto’s. Hoe ver verwijderd zijn we nu van deze schaarse losse momenten uit iemands leven. We maken met zijn allen miljarden foto’s per dag, we filmen er ook nog eens uren en uren op los, we delen al die foto’s waar we maar kunnen. Wie nu geboren wordt heeft waarschijnlijk binnen een maand al meer foto’s van zichzelf dan wij (geb. 1972) in een heel kinderleven. Al die beelden, al die berichten die we overal posten, al die levenstekens die we van onszelf achterlaten in een digitale wereld, wat gaat dat in hemelsnaam aan digitaal zwerfafval opleveren? Nu Facebooken we ons suf, maar over tien jaar bewegen we ons natuurlijk alweer volstrekt anders op digitaal niveau. Dan is het woord digitaal waarschijnlijk zelfs al iets uit de ‘oude tijd’. Maar al die biljoenen foto’s moeten toch ergens blijven, al was het maar om onze achterkleinkinderen de kans te geven bij toeval op die alledaagse kiekjes te stuiten. Want wat we nu achterlaten is het archeologische materiaal van de toekomst: hoe leefde de mens in de 21e eeuw? De archeoloog van de toekomst krijgt daar ook nog eens een schat aan telefoongesprekken bij cadeau, dankzij de NSA. In de geschiedenisboeken (die natuurlijk niet meer bestaan) zal een transcriptie staan van het historische gesprek dat Merkel met Poetin voerde over de homorechten in Rusland, en natuurlijk staan ergens in een voetnoot ook nog de stotterende excuses van Frans Timmermans aan diezelfde Poetin. Poetin zelf heeft natuurlijk zijn topspionagegadgets van 2013: de afluister usb-stick en mobiele telefoonoplader (Q had dit al in 1967 uitgevonden) aan het Instituut voor Digitale Geschiedenis geschonken, met behoud van alle gedownloade gegevens van het toen nog bestaande kikkerlandje Nederland, dan deel uitmakend van Groothertogdom Benelux.

We geven zo gemakkelijk alles weg, het lijkt ons werkelijk geen reet uit te maken dat juist dat wat je tot een mens maakt: je persoonlijke levenssfeer die je altijd maar voor lief neemt, elke dag weer wordt betreden door onzichtbare soldaten met zwarte laarzen die langzaam maar zeker je hele leven, al je voorkeuren, hobby’s, koopgedrag, eetgewoontes innemen.

Denk niet dat het er niet toe doet; of, zoals de Duitse schrijfster Juli Zeh het zo mooi verwoordde: Wie denkt dat hij niks te verbergen heeft, heeft niks om voor te leven.

Op 3 december gaan we het tijdens West Words i.s.m. Podium Mozaïek over privacy hebben, met o.a. Jan van Mersbergen en Dilan Yurdakul.