Stadsgedicht

EEN VREEMDE BEVRIJDING

Geen brood en geen recht. De muren vormen
je houvast, gebrek stuurt het verlangen: ooit
weer het park in over jong gras, dronken van lucht
onder olmen, eindelijk vrij. Het brandglas van oorlog
bundelt bedrieglijk het licht op bevrijding:
grenzeloos, hoopvol, eenduidig blij.

Nu staan we verbaasd onder een grijze hemel,
gaan we voortvarend de vrijheid uitvinden.
Er is recht, volop brood, maar wie zal het ons geven?
We zijn vrij te mislukken, te struikelen, missen.
We verlaten verward de vertrouwde schaduw van oorlog
voor de fuik van verplichting: we leven.

Anna Enquist