Stadsgedicht

Het tweede stadsgedicht van Anna Enquist.

TRIPTIEK VAN BACON IN DE NIEUWE KERK

Ze vegen ons als vliegen van de muur, voorspelt
de schilder droog. De ruimte is te groot hier;
in het hoogkoor, achter glas, schreeuwt hij het uit.

Bezoekers klitten samen in een nis. Een film –
hij rommelt in een smalle keuken, een vagant
die zich het liefste binnen nauwe muren sluit.

Wat hem te doen staat elke dag: de gruwel
vangen, wanhoop persen in een lijst. Hij weet zich
van gemis dat hem leegvreet de gijzelaar.

Ik zag een reuzenmeidoorn in de winter,
schaamteloos, zijn bloesem vol van dood. Het mes
komt onafwendbaar dichterbij, omhels het maar.

Anna Enquist