Noorderwoord Report #3

De mannen eten pizza met hun handen. De meisjes prikken salade uit kartonnen bakjes. Over het Zonneplein beweegt een bank zich langzaam voort. De kleine zaal van het Zonnehuis wordt weer klaargemaakt voor een derde editie van Noorderwoord. Gekleurde stoelen staan in nette rijen, bij de bar liggen al koekjes klaar.

‘Het is bijna uitverkocht,’ hoor ik het kassameisje zeggen. De gasten zonder toegangsbewijs gaan er al vanuit dat de zaal vol zit, maar willen het toch nog proberen. Ze staan in een rij te wachten op mensen die hun reserveringen niet afhalen.
‘Ik vond het de vorige keer zo leuk,’ zegt een vrouw. ‘Ik dacht, ik ga gewoon even kijken of ik nog naar binnen kan.’ Ze houdt haar portemonnee gereed en vist er net genoeg muntgeld uit voor een kaartje.

Christine Otten opent de avond met een stuk uit haar nieuwe roman Rafaël. Een verhaal over twee geliefden in Tunesië ten tijde van de Jasmijnrevolutie. Zij vlucht naar Nederland met hun kind in haar buik, maar dan gaan de grenzen dicht en hij staat erop bij de geboorte van hun zoon te zijn. Een verhaal dat een gezicht geeft aan duizenden anonieme bootvluchtelingen.

Huisdichter en vredesambassadeur van Noord, Lamyn Belgaroui, is ook bij de derde editie aanwezig. Hij brengt een combinatie van spoken word en zang met deuntjes die goed in het gehoor liggen. Wanneer ik buiten sta, neurie ik nog mee met zijn liedjes.

Gerbrand Bakker is de grote auteur van de avond. Hij zit verlegen op de bank en zegt dat hij niet zo’n prater is. Iets wat ook duidelijk terug te zien is in zijn boeken, die vaak bladzijdenlange beschrijvingen van landschappen en handelingen bevatten. Hij vertelt over zijn schrijvershuis, dat hij bouwde terwijl hij al tijden niet meer kan schrijven, en over een oom die fruitsalade maakte en hoe bijzonder hij dat altijd vond.

22

‘Het is wel apart dat je hovenier bent én schrijver,’ zegt Christine. ‘Dat zie je niet zo vaak.’
‘Maarten ’t Hart!’ roept iemand uit het publiek. Er wordt gelachen.
‘Maar die heeft een moestuin, ik ben meer van de grote dingen,’ voegt Gerbrand er aan toe. De schrijver wordt steeds opener en spraakzamer. Zijn depressie, waarvan hij pas twee jaar geleden ontdekte dat het een depressie was, komt ter sprake, evenals het feit dat het al vier jaar geleden is dat hij zijn laatste roman schreef. En dat terwijl Gerbrand wel een snelle schrijver is. In een half jaar schreef hij zijn roman De omweg. Iedere ochtend werkte hij met de hoogste concentratie aan zijn boek. Of er snel een nieuw boek aankomt, weet hij niet. ‘Dat schrijven komt vanzelf wel weer, of niet.’

Na Gerbrand betreedt Soula Notos het podium. Half Grieks, half Nederlands, een klein gezet poppetje met een duidelijke lichaamstaal. Ze maakt grappen over feta, haar gewicht en een dating-cv. Ze sluit af met een gedicht begeleid door het Specie Trio.

Annemarie Slotboom heeft speciaal voor Noorderwoord een monoloog geschreven vanuit Ab Harrewijn, een van de geestelijken van de NDSM-werf. Acteur Peter Faber, een echte Noorderling, kruipt in zijn huid en speelt de monoloog. Hij nodigt ons uit om ons verhaal te vertellen en een richting te kiezen. Dan staat hij op en zegt dat hij niet Ab Harrewijn is, maar een acteur en vertelt het verhaal van Peter Faber zelf.

Als afsluiter komt nog eenmaal Lamyn het podium op. Hij vat de avond samen en vertelt over zijn verleden met de Peter Faber Stichting. De leerling die nu voor zijn meester staat. Ik zie Peter Faber achter in de zaal trots kijken. Hij gaat staan wanneer hij klapt.

09