Stadsgedicht

Naar aanleiding van de ruzie om het oorlogsmonument in het Wertheimpark schreef stadsdichter Anna Enquist het onderstaande gedicht, dat op vrijdag 20 juni verscheen in het Parool.

 

ONDER EN BOVEN DE GROND

De herdenkers maken ruzie, hun bedoelingen
zijn de beste, hun beitels de scherpste. Ze kerven
verloren namen in steen langs opzichtig water. Niet
hier, wel daar, op de geduldige grond, nee, ja,
in een doolhof van muren, nee, in het gras –

Intussen liggen ouders te woelen in onbarmhartige
bedden, wordt het tijd voor kaplaarzen, oliejas.
Ze dalen af, voddige Orpheus, dysfore Demeter, ze
zoeken besmuikt de toevallige doden waar niemand
naar taalt. Niet langs de grachten, de Amstel,

maar bij de verborgen waterlopen, de overhuifde
wateren van Amsterdam. Ze struikelen blind door
een geur van stilstand in peilloze poelen – is het hier?
Hier is het. – Hoe dood kan je zijn, ben je koud, wat
denk je in dit donker? – O warme ouders,

de zichtbare stad wacht tot je boven komt.
Hoor de herdenkers bekvechten, stampen. Schaar
je daartussen en schreeuw de namen, schreeuw
alle namen, telkens weer, tot kwijtraken toe.
De bedoelingen zijn de beste, de beitels gescherpt.

Anna Enquist