Noorderwoord #4 report

Er moeten inmiddels extra stoelen worden bijgezet. De kassameisjes krijgen te horen dat bijna alle kaarten verkocht zijn. Binnen in de zaal drinken de gasten nog even snel een kopje koffie en knabbelen op een koekje dat ze uit een geruite koektrommel kunnen pakken. ‘Het is hier zo lekker ongedwongen,’ verzucht een vrouw. Op de achtergrond speelt Het Specie Trio de zaal warm.

Huisdichter Lamyn Belgaroui opent de avond met passie. Hij begint met een lied, dat overgaat in rauwe spoken word. Zoals altijd hangt de zaal vanaf zijn eerste woord aan zijn lippen.

Initiatiefneemster Christine Otten nodigt daarna Marja Pruis uit om bij haar op de bank plaats te nemen. Tussen de twee schrijfsters ontstaat een openhartig gesprek waarbij Pruis grapt: ‘Zal ik anders maar op de bank gaan liggen?’ Ze vertelt onder andere over haar ontwikkeling als schrijfster, en over hoe de Groene Amsterdammer een grote rol speelde in haar ontwikkeling als essayiste. Toch vindt ze van alle tekstvormen de roman het hoogst haalbare.

Hierna betreedt cabaretier Rayen Panday het podium. Panday komt niet uit Amsterdam Noord, maar wel uit Zaandam. ‘Ongeveer hetzelfde,’ zegt hij zelf. Hij geeft het publiek geen tijd om even te verzitten: direct begint hij met een reeks goede grappen. Panday gebruikt zijn multiculturele achtergrond als inspiratiebron. Hij drijft de spot met zichzelf maar is nooit schertsend. Zoals zijn moeder hem al zei: ‘Jongen, soms komt er iets op je pad.’ (insiders joke!)

Timen Jan Veenstra van De Tekstsmederij heeft een monoloog geschreven naar aanleiding van gesprekken met Edith Ringnalda, weduwe van wijlen dichter Simon Vinkenoog. Edith Ringnalda is vanavond ook aanwezig. De monoloog wordt uitgevoerd door Penoza-actrice Monic Hendrickx. ‘Dat vind ik nu zo bijzonder,’ zegt Christine Otten, ‘dat een groot actrice als jij nog de moeite neemt om aan dit soort kleine projecten mee te doen.’ De integere Hendrickx haalt haar schouders op. ‘Als een tekst me raakt, dan raakt-ie me. En dit is zo’n prachtige tekst.’

Prachtig is het zeker. Ontroerend ook. Met zachte maar zekere stem draagt Hendrickx de zinnen voor. Voor iedereen die ooit verliefd is geweest een herkenbare tekst, over verlaten worden, terugkijken en hoe door te gaan.

‘Hoe vond u het?’ vraagt Christine Otten aan Edith Ringnalda, die op de eerste rij zit. ‘Daar moet ik nog even over denken,’ antwoordt zij met Noordse nuchterheid.

Als afsluiter komt Lamyn Belgaroui nog een keer op het podium. ‘Alle hippe plekken vinden hun thuis in Amsterdam Noord,’ spreekt hij, ‘dat ging van een uitzichtloos eiland dat is afgesloten van de rest van de stad tot een broedplek vol cultuur, theater en feesten. En dat is niet voor niets. Noord was altijd al de bom. Maar nu is het pas geĆ«xplodeerd.’

En zo is het.