Stadsgedicht

Dit gedicht schreef stadsdichter Anna Enquist naar aanleiding van het 150-jarig bestaan van het Vondelpark. Het verscheen op 3 oktober in het Parool.

REVALIDATIEKLINIEK NAAST HET PARK

Gras voor vermoeide voeten, lucht om te likken,
water, wat daar zwemt en kwetterend scharrelt
naar de regels van het kinderboek. Paradijs.

Ze zuchten tevreden boven het vleesrooster, hangen
behaaglijk bij de muziektent, dansen in korte broek
bij de trommels. Paardenhof, tennisbaan.

Achter de hoogste muur schuilen de gekraakten,
de beenlozen. Zij schuiven op rijdende bedden
en rolstoelen stil naar hun tuin. Het ging hun vandaag

om één voetstap verder, om één ons meer. Nu stokt
het gevecht om beheer van het lichaam, nu brengt
wie een arm heeft de beker met zuigtuit bevend

omhoog. In hun stilte verheft zich het park,
onontkoombaar: radslag, rolschaatsen, honden,
een bal. Zij, in de strijdwagens, buigen het hoofd.

Ze luisteren lam naar een lied dat hun vreemd werd:
rennende voeten, een steigerend paard in zijn stal.

Anna Enquist