Boek van de week

In verkiezingstijd wil ik altijd graag over politiek schrijven. Dat doe ik omdat ik politici ontzettend grappig vind, tot ik me realiseer dat die mensen ook daadwerkelijk beslissingen nemen die ons allemaal aangaan. Dus pak ik de actualiteit en maak ik die een beetje belachelijk, neem ik het verpakte standpunt in dat ik het eigenlijk nergens echt mee eens ben. Als ik zo’n tekst teruglees, veracht ik mezelf omdat ik weer zo nodig mijn mening moest uiten. Het is niet makkelijk om maatschappelijke thema’s te bespreken zonder lezers iets op te dringen, maar Sneeuw van Orhan Pamuk biedt hier een oplossing voor: laat het beschouwend werk aan een dichter over, dan wordt het prachtig.

Dichter Ka is jaren geleden als politiek vluchteling uit Turkije vertrokken om zich in Frankfurt te vestigen. Na jaren van ballingschap keert hij terug naar zijn kleine studentenstad in het noordoosten van Turkije: Kars. Hij geeft als reden op dat hij verslag wil doen van de gemeenteraadsverkiezingen en onderzoek wil doen naar een zelfmoordgolf onder jonge meisjes in de regio. Dat hij vooral van plan is om te trouwen met Ipek, ex-vrouw van één van de belangrijkste kandidaten voor het burgemeesterschap, laat hij voor het gemak maar even achterwege. Hij reist door de sneeuw naar het plaatsje waar de islamisten langzaam terrein winnen, terwijl meisjes gedwongen worden zonder hoofddoek naar school te gaan. Maar niks is eenzijdig, geen conflict is zwart-wit en niemand is echt slecht. Een wonderlijk gegeven, voor een boek met zoveel dreiging.

En dat gegeven is nou juist wat Sneeuw zo perfect maakt. Pamuk dwingt de lezer niet om zich een mening te vormen in het conflict, hij overlaadt hem niet met ellende voor het shockeffect. De aanwezigheid van Ka in Kars relativeert de stelligheid van zowel voor- als tegenstanders van de scheiding van kerk en staat. Ka waait met alle winden mee en laat zich steeds meer afleiden van zijn journalistieke schijnmissie. Dat de verhouding tussen oost en west een rol speelt, wordt duidelijk door de houding van de mensen in Kars tegenover Ka. Ze vinden hem verwesterd, te Europees. Ka heeft op zijn beurt moeite om begrip te tonen voor toegewijde moslims. Of zoals hij het zelf zegt: ‘Als ik een schrijver was, zou ik over mezelf schrijven: “De sneeuw deed Ka denken aan God!” Maar of dat waar zou zijn, zou ik zelf ook niet weten. De stilte van sneeuw brengt me nader tot God.’

Terwijl Kars door diezelfde sneeuw volledig afgesloten raakt van de buitenwereld, verandert de stad in een kookpan en wordt Ka een speelbal van alle belangen. Zijn mening draait soms honderdtachtig graden om op dezelfde dag en het volgende moment is hij weer volkomen in de war. Die onzekerheid geeft prachtig weer hoe diepgeworteld het probleem van de Turkse seculiere staat precies is. En ook niet onbelangrijk: Pamuk heeft al dat politieke drama op wonderschone wijze opgeschreven.

Ik begeef me vaak onder andere jonge schrijvers, en met enige regelmaat komt de vraag voorbij wat wij met de werkelijkheid moeten. Niet iedereen wil altijd maar geconfronteerd worden met de wereld, en dat is waarom boeken soms zo heerlijk zijn. Nu dring ik iedereen de mening op dat schrijven zonder besef van de werkelijkheid volgens mij helemaal niet mogelijk is, omdat wij schrijvers ook onderdeel van een maatschappij zijn, hoezeer sommigen het ook ontkennen. Maar je bent er, je woont ergens, je gaat om met je bestaan. Dat betekent niet dat je het over politiek en religie moet hebben, maar als je het doet: lees Sneeuw en laat het je leren hoe poëtisch de rauwe werkelijkheid kan zijn.

Door: Marjolein Takman

Verstand_in_Europa__65899a

Orhan Pamuk
Sneeuw
Uitgeverij De Arbeiderspers
Vertalers: Hanneke van der Heijden en Margreet Dorleijn

€11,-
469 pagina’s