Boek van de week

Ik kreeg een ongemakkelijk gevoel van déjà vu bij het begin van De Republiek.

Friso de Vos, de hoofdpersoon, reist naar Chili om de schilder Hitler Lima jr. te interviewen voor zijn doctoraalscriptie. De Vos promoveert in de Hitlerstudies, een postmoderne discipline die Hitler bestudeert als cultureel fenomeen in plaats van als mens. Hitler Lima is vernoemd naar zijn vader, die ook schilder is, en ondertekent al zijn schilderijen met die naam. Hij weet wel van de controverse, maar voor hem is Hitler gewoon een Europese politicus, een beetje zoals Pinochet of Allende dat voor ons zouden zijn.

Waar het ongemakkelijke gevoel vandaan kwam? Ik had dit stuk al eerder gelezen.

Meteen begon ik me af te vragen wáár ik het dan al eerder had gelezen. Een artikel misschien? Het kon natuurlijk dat Joost de Vries dan hetzelfde artikel had gelezen als ik, en daar inspiratie uit had gehaald. Of misschien had hij een personage van iemand anders geleend; een ander personage uit De Republiek komt ten slotte ook uit een roman van iemand anders (Don DeLillo). Maar toen ik verder las wist ik echt zeker dat ik dit stuk al kende, en het stond midden in het boek. Had ik Joost de Vries nou op plagiaat betrapt? Dit zou een rel worden als het uitkwam!

Uiteindelijk schoot het me te binnen: het boek waar ik de passage uit herkende was een anthologie van jonge Nederlandse schrijvers. En die kennen elkaar toch allemaal, stelde ik, dus misschien had De Vries het idee van een van zijn vrienden gestolen. Ik pakte de anthologie erbij, en vond de passage, bijna woord voor woord, terug onder de titel Kanttekeningen bij Hitler. De auteur die erbij vermeld stond: Joost de Vries.

Volgens mij zou Joost de Vries het wel grappig hebben gevonden, dat hij zichzelf geplagieerd zou hebben. De Republiek is een boek dat bijna alleen maar over andere boeken gaat, en over boeken over die boeken. Het begint al bij de Hitlerstudies, een veld van onderzoek dat eigenlijk een bijrol heeft in het boek maar zo goed wordt neergezet dat het bijna teleurstellend is dat De Vries het zelf bedacht heeft. Er zitten verhandelingen in over Nazi-memorabilia, welke acteur het beste Hitler speelde, een onderzoek naar Hitlerian Revenge Plays en een passage waarin twee jongens ten overstaan van een enorme zaal historici de slag bij Crécy, naspelen in Medieval: Total War III, en de Fransen ineens winnen.

Joost de Vries wordt vaak met Harry Mulisch vergeleken, juist om dit soort stukjes. Maar ik denk dat het belangrijkste verschil tussen die twee is dat De Vries weet wanneer hij op moet houden. Alle woeste ideeën van De Republiek zitten in een bescheiden 260 pagina’s, en onder alle academische satire en pomo-mafheid zit een oprecht gevoel van gekrenktheid als Friso’s mentor overlijdt en hij niet als diens opvolger benoemd wordt. Na Clausewitz dacht ik dat er weer zo’n diffuus, metaforisch einde aan zat te komen. Het laatste wat ik had verwacht is dat het eigenlijk heel ontroerend was.

Door: Max Urai

9200000005930755

Joost de Vries
De Republiek
Uitgeverij Prometheus
€11,75
256 pagina’s