Nieuwe Stadsdichter

De in Amsterdam geboren en getogen K. Schippers is vanaf 3 februari 2016 de nieuwe Stadsdichter van Amsterdam. Hij volgt daarmee Anna Enquist op. Eerdere voorgangers zijn Menno Wigman, F. Starik, Mustafa Stitou, Robert Anker en Adriaan Jaeggi.

Op geheel eigen wijze zal K. Schippers de komende twee jaar over de stad Amsterdam dichten, over haar inwoners en over grote en kleine gebeurtenissen die zich voltrekken.

Vanavond vindt om 22.30 uur de officiële inhuldiging van de nieuwe Stadsdichter plaats, tijdens het Gedichtenbal in De Balie.

Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam (SLAA) verzorgt de backoffice voor de stadsdichter. De stadsdichter is door het dagelijks bestuur van Stadsdeel Centrum aangesteld, maar werkt volledig onafhankelijk. De Stadsgedichten worden gepubliceerd in Het Parool.

Meer weten over de Stadsdichter? Klik hier!

Stadsdichter van Amsterdam
Foto: Bianca Sistermans

//

Eerste Stadsgedicht K. Schippers

Onder de douche

Op de Da Costakade was toch ergens een badhuis,
wacht even, zit daar niet Ronald Snijders,
performer van het absurde, achter het raam, bij
het theaterbureau Hummelinck Stuurman?
Een nieuw contract?

Ik loop naar de hoek. Avondkleding, vlak voor de
de oorlog, netwerk van blikken, foto Kamp. Men is
bedekt met kleren en leeftijd. Lig boven in bed,
aan de kade, stemmen onder me, lichte en zware.
Iemand roept, denk even dat het voor mij is.

Oom Joop en tante Gré, aan het eind van de tafel.
Er is nog niets ingeschonken. Sommige gasten hebben
hun kleren bij oom Joop gekocht, bij ABC in de De Clercqstraat, liep er net langs.

Zou Ronald z’n contract al hebben getekend? De vijfde
van rechts, zittend, is m’n moeder. De vrouw tegenover
haar is het mooist. Hoor ik dat het stil wordt? Praten
ze straks weer allemaal tegelijk? Val ik in slaap?

Hun stemmen bij het weggaan buiten en Ronald zit er ook
niet meer, gevlucht naar 29 februari, in het schrikkeljaar 2016, lees z’n scheurkalender.

Het badhuis is er nog. Zes jaar na de foto voor
het eerst onder de douche. Duizenden prikjes
op m’n kop, net of je wordt uitgevlakt en
toch blijf je bestaan.