Stadsgedicht

Brands met gedichten

We krijgen het voor de radio om elf uur ’s morgens
over dit gedicht

Een kamer
waarin je
voor het laatst
slaapt.

Heeft iemand in z’n eigen huis een andere kamer genomen?
Verlaat je soms een hotel? Ga je scheiden?

Dat het van alles kan betekenen, hoe eenvoudig het ook is,
dat zeggen we. Heeft iemand z’n huis verkocht?

Ga je uit je ouderlijk huis? Dat ’t ook niets kan betekenen, dat je nooit weet wat
’t betekent, dat we het over

die kamer kunnen hebben, los van wat er gebeurt, zonder iemand erin, dat het
wisselt, een stem geeft aan al wat geen

stem heeft (Lucebert), liggend op mijn bed hoor ik de kinderen op het plein
voetballen (Wim Brands), windvlaag die

kruinen plaatst in het duingras, in ons haar (Hélène Gélèns), dat ’t doorgaat, zo
ruiken de basten van de bomen als er

nog geen bladeren zijn en alle kracht nog in de bomen zit, als het leven nog in
de deuropening staat (Wim Brands).

Geschreven door stadsdichter K. Schippers naar aanleiding van het overlijden van Wim Brands. Verschenen in Het Parool op 6 april.