Stadsgedicht

Geboren worden op 20-jarige leeftijd

Als je iets uitvlakt zit in de gumresten de betekenis, rul
en grijs. Begin opnieuw: een voorwerp voor iets anders
gebruiken, een boek onder een

tafelpoot, lucifer als tandenstoker, servetje in de kier van
een raam. Wat te doen met de Rijkspostspaarbank, in de Van
Baerlestraat? Ik schreef er rente bij,

zag door het glas een man in een auto stappen, vlak voor het
Stedelijk, hij reed daarna inderdaad weg. De kantine kost
bijna niets, later blijf ik er komen,

niemand vraagt of ik nog wel bij de bank werk, wordt het een
studio, film over Jacques Rigaut, ‘geboren worden op 20-jarige
leeftijd’, schreef hij, ‘het niets

omhult me net zo gevoelig, als water het lichaam’, zie ik
cello’s en trompetten naar binnen gaan, Franse hoorn, een
Japanse draagt een triangel, conservatorium,

een haag juichende meisjes wacht op Justin Bieber, is het een
hotel, zingt achter een art-deco-gevel op de Ceintuurbaan
Marlene Dietrich, worden er later

ijskasten verkocht, nu kun je er om 7 uur ontbijten, komijn,
cayenne, geroosterd brood. Van dit gedicht een vliegtuig
vouwen, het zweeft weg vanaf

het balkon, een man stopt het in z’n zak, uitgedoofde
functies, andere gloeien op, cijfers, muziekinstrumenten,
film, slapen, gumresten, niets, po√ęzie.

 

Dit gedicht van Stadsdichter K. Schippers verscheen op 23 april in Het Parool.