Stadsgedicht

V&D

V&D is dicht, kan het niet geloven, V&D is nu echt dicht,
al wil een man uit Bussum de naam kopen, hij weet nog niet
wat-ie ermee gaat doen. In gedachten

ga ik nog een keer naar binnen, denk dat een vrouw me groet,
nee, ze krabt op haar wang. Had ik maar een lijst van wat
ik hier ooit kocht. Daar links

een leger naakte paspoppen, in rijen achter elkaar. Bijna kun
je geen ding meer aanraken, hand naar niets, zakje met knopen
op de grond, naast het kaartje van

hoe gebruik je een dekbed gevuld met eendendons. Dagelijks
opschudden, regelmatig luchten, laat het reinigen door een
specialist, dooft de naam V&D,

spreekt het bed. Hier leek alles onbelangrijk en dan moest het
wel goedkoop zijn. Een rolletje plakband, je legt het terug,
pak je een schrift, doe je het open,

weer dicht, kwartsgebaren, langs een stapel emmers naar een
voordelig overhemd en dan nog drie, vier klanten ontwijken.
Laatste route, de schaduwen

zijn uitverkocht. Grote zaal met dansers, bij hun thuiskomst
half vergeten wat ze hebben meegenomen, wat er is gered uit de
leegte, in een hoek neergezet.

K Schippers V&D

Dit gedicht van Stadsdichter K. Schippers werd tevens gepubliceerd in Het Parool.