Roos van Rijswijk x EEE

Roos van Rijswijk doet voor de SLAA verslag van de Europe Endless Express.

1: Treinspotters

13507097_10154372714271940_1295029871446646594_n

De trein waarin we zitten is bijzonder.
‘Ha,’ zegt een man wiens kaartje ik controleer terwijl ik geen controleur ben, maar er is een echte controleur kwijt.
‘Ik hoopte al dat het deze trein zou zijn. Duíts!’
Of misschien zegt hij Pools, of Hongaars, er bestaan ook vast Poolse en Hongaarse treinen – ik vind het heerlijk, één van de heerlijkste dingen om in een trein te zitten, maar alles wat met treinen te maken heeft, herkomst, techniek, glijdt langs me heen.
‘Duíts!’
De man is écht gelukkig, hij moet even naar adem happen als hij zijn eerste stap op de holle treinbodem zet.
De trein is een halve kilometer lang en bijzonder en zodra de trein gaat rijden worden mijn gezelschap, bestaand uit een man m/v of vijf, en ik bruut van elkaar gescheiden door de hordes culturele elite. Tussen ons in wordt een voorstelling gespeeld, ik mag er niet langs. Tussen ons in staan ook mensen uien te snijden en aardappels te schillen, er staan mensen hun bedden op te maken, er gillen mensen in portofoons. God, we zijn zo ver van elkaar verwijderd dat er in de tussengelegen coupés heel nieuwe volkeren kunnen worden gesticht, of nieuwe diersoorten kunnen ontstaan.
Die trein is écht bijzonder lang. Ik zit alleen in een wagon, aan een splinterige nieuwe houten tafel zodat er gegeten kan worden.
Er worden treinspotters omgeroepen, ze staan klaar bij Hilversum en Teuge, het zijn jonge jongens van negentien jaar, of negenentwintig jaar, Sanders en Jochems en Sytzes. We moeten naar ze zwaaien. Dat doe ik. En ik proost, want ik heb de fles SLAA-wijn in mijn bezit. Op Europa, of tenminste de bijzondere trein die er nu doorheen dendert.