Stadsgedicht

Op de valreep voor de vakantie: een Amsterdamgedicht van Stadsdichter K. Schippers.

De lucht fouilleren

Zo vaak voorbij het huis gelopen,
kwam er een kind uit met een hond,
gemengde geur van eten op de trap,
nu kun je erin zonder sleutel, zonder
polsbandje of stempel, vluchtige
vingers langs de ruimte,

als op het vliegveld, andermans handen
over je lijf. Wat je niet meer ziet,
een hoofd vlug voorbij een raam en dan
stopt het toch nog voor een spiegel,
bedachtzame lippenstift. Een tandenborstel
staat er nog, stellingsgeluk,

in zo’n blauwe beker, plank aan de muur,
’s morgens kan er nog iemand komen. Een
verpleegkundige bij de VU eerste hulp
ziet dit jaar wel 5000 gezichten, ook
uit dit huis. ‘We pellen het,’ zegt
de sloper. De inhoud

is niet meer geldig, artikel in een
supermarkt. Zonder muren kun je het
niets makkelijker zien. Wat hier op een
zomerdag uit het raam schalde, ‘Veel
mooier dan het mooiste schilderij,
ben jij, m’n lieveling, ben jij…’

20161220164224_00001

 

Dit gedicht verscheen ook in Het Parool van 22-12-16.