Stadsgedicht

Het beloofde land

Voetballen bij de Hoofdweg, de familie
van oom Maurits is dan al vermoord. Dat
horen we pas later. Don’t Fence Me In op
de radio, Would You Like to Swing on a Star.

Onze vlag van verbandgaas hangt nog niet
uit. Je weet dat je wordt bevrijd, zonder
dat het je is verteld. Ren je met je
broer naar het Hoofdwegland, vier, vijf

vliegtuigen, hoog in de lucht, vallen er
pakketten uit, verspreid over het gras,
schaduwen van vliegtuigen deinen er-
overheen. Wil je een doos opensnijden,

‘mag niet, alles naar Albert Heijn’, een
man verzamelt de pakketten. Staan we in
de rij voor chocola, melk, spek, eet
ik een paar uur later cornedbeef. Smaak

van de bevrijding, heb je nog nooit, het
komt van zo ver, ik braak het uit, te vet.
Huisnummer in witkalk is mijn adres, morgen
hoor ik Skyliner van Charlie Barnet, ooit

speelt Lex van Weren trompet in de City als
hij terug is uit Auschwitz. Gras achter de
Hoofdweg, het beloofde land waar vijf jaar
eerder de Royal Air Force gaf wat zij had,

boordschutter sergeant Peter Edward Frederick
Adams (23), waarnemer sergeant William John
Barrett (23), Duits afweergeschut, 23 juni 1940,
stortten ze neer, blijven ze altijd bestaan.

- K. Schippers, 4 mei 2016.