Liekes Leeslijst #2: Twee Manieren Van Honger Hebben Die Er Voor Zorgden Dat Je Op Dit Artikel Klikte

vierkant_tekst

Twee Manieren Van Honger Hebben Die Er Voor Zorgden Dat Je Op Dit Artikel Klikte

Zwemmen in de oceaan (berichten uit een postdigitale wereld) – Miriam Rasch, essays, De Bezige Bij, 2017

Twee weken geleden schreef ik hier dat ik deze zomer eindelijk weer fictie (waarmee ik bedoelde alleen maar fictie) zou lezen, maar de afgelopen week ging ik al meteen in de ‘fout’ door de essaybundel Zwemmen in de oceaan (berichten uit een postdigitale wereld) van Miriam Rasch te lezen. Nu gaat deze essaybundel onder andere over het fenomeen reality hunger, een afkeer van fictie/een verlangen naar echtheid in een wereld die van zichzelf steeds onechter wordt – dus ik vind dat ik dit boek hier toch mag bespreken. Als ik zeg bespreken bedoel ik trouwens niet recenseren – dit in verband met een andere belofte aan mezelf, de belofte nooit recensies te zullen schrijven, in ieder geval niet over naaste collega’s.

Allereerst is het goed om op te merken dat de postdigitale wereld niet een wereld na het digitale tijdperk is (zoals het woord misschien doet vermoeden), maar een wereld waarin het digitale volledig geïntegreerd is. Zei je vroeger misschien ‘ik ga even het internet op’ – nu bén je altijd al op het internet. Internet bepaalt de route naar je vakantiebestemming, je koopt er kleding en eten, bediscussieert er series die je op Netflix gezien hebt met mensen in Amerika die de series ook gezien hebben. Ik weet nog hoe bijzonder ik het nog geen tien jaar geleden vond als ik contact had gehad met iemand aan de andere kant van de wereld (vroegen mijn ouders bij het avondeten wat ik die middag gedaan had, antwoordde ik heel casual: ‘Ach, over bootlegs gepraat met iemand uit Singapore. Jullie?’). Tegenwoordig vind ik het bijzonder als ik contact heb gehad met iemand aan de andere kant van de straat.

In een van de essays beschrijft Rasch hoe internet onze levens transparanter heeft gemaakt. Daarmee doelt ze op de immer toenemende hoeveelheid livestreams, video’s, foto’s – en het feit dat ze altijd en voor iedereen beschikbaar zullen blijven. Internet weet alles over ons en daardoor weten wij alles over elkaar. Het geeft ons bovendien een beeld van onszelf: Facebook kiest herinneringen voor ons uit (‘Weet je nog op deze dag 5 jaar geleden?’) en selecteert reclames op basis van onze statusupdates. Iedereen kijkt mee.

Maar vollédige transparantie is onmogelijk, stelt Rasch in lijn met de filosoof Byung-Chul Han, omdat we niet eens voor onszélf transparant zijn. Volledige transparantie ontneemt ons bovendien de kans geheimen te hebben – niet alleen voor elkaar, ook voor onszelf. Facebook weet misschien dingen over mij die ik zelf nog niet weet, maar het weet ook heel veel níet. Ik herinner me (zonder behulp van Facebook) dat ik Hans essay De transparante samenleving ooit las en geraakt was door zijn constatering dat de toenemende transparantie die het internet veroorzaakt vertrouwen in gevaar brengt. In een wereld die volledig transparant is, is vertrouwen immers overbodig geworden. Ik hoef je niet te vertrouwen, want ik kijk over je schouder mee. En tegelijkertijd is bouwen op dat wat belooft transparant te zijn per definitie een kwestie van vertrouwen (van het naïeve soort welteverstaan), aangezien volledige transparantie onmogelijk is. We vertrouwen blind op dat wat zich als transparant presenteert – maar het woord zegt het al, meer dan presentatie is het niet. Jij doet alsof ik mee mag kijken met jouw leven, echt, rauw – terwijl iedereen weet dat je alleen het hoogtepunt van je dag op je Instagram-account hebt geplaatst.

Ik haal hier Instagram aan, omdat het lezen van Zwemmen in de oceaan toevallig gepaard ging met een kleine opleving van mijn Instagram-bestaan. Instagram is een van de vele apps die een beroep doen op onze reality hunger, honger naar echtheid tussen alle photoshopbeelden, gelikte reclames en Netflix-series door. Miriam Rasch haalt in dit verband de filosoof David Shields aan: ‘We willen tegenover alle namaak iets non-fictioneels zetten: autobiografische sensaties, geregistreerde, gefilmde, gestolen momenten die met hun schijnbare spontaniteit in elk geval een kans bieden om door de wirwar heen te breken.’

Autobiografische sensaties, dat is waar Instagram om draait. En tegelijkertijd is Instagram één grote tekortkoming op dit gebied, omdat het slechts bestaat uit momentopnames. Onze autobiografie bestaat volgens mij bij de gratie van tijd, krijgt in ieder geval pas in de tijd betekenis. Achter de foto’s en filmpjes waar ik wezenloos doorheen scroll, zitten dagen, jaren – en ik krijg een context- en betekenisloos aftreksel gevat in een vierkant. Toegegeven, even vond ik het leuk om een inkijkje te krijgen in de levens van vrienden en kennissen, maar hoewel ik mijn vrienden zag zoals ze zijn (knap en gevat), zeiden de foto’s en filmpjes me heel weinig. Leek mijn vriend die glimlachend uitkeek over een Thaise zonsondergang zo gelukkig omdat hij toe was aan vakantie, omdat hij een oogje had op de barvrouw, of omdat hij een selfie nam? Was de poes van mijn vriendin echt een klootzak of pleegde ze met het filmpje van een blazende Poekie karaktermoord?

‘Slechts kijken, verder niets,’ noemt Rasch het voorbijrollen van beelden zonder context, beelden die niet om een reactie vragen, en zij houdt ervan. Ik niet. Ik ben erachter gekomen dat ik bij nader inzien helemaal niet aan reality hunger lijd, maar aan information hunger. Want als ik toch nog even de recensent uit mag hangen: ik geef Instagram 1 ster – en ja, ik begrijp dat ik daarmee eigenlijk mijn eigen leven 1 ster geef. De listicles die Rasch in Zwemmen in de oceaan beschrijft (listicles houden het midden tussen articles en lists, denk: 19 Dogs Who Are So Gigantic You Won’t Believe They Are Real, 17 Videos That Prove Kids Are Basically Just Drunk Adults) zijn dan ook veel meer aan mij besteed. Listicles suggereren informatie. Zinloze informatie, maar informatie. Ik sluit Instagram af en klik op de Gigantische Honden.

/////

Lieke Marsman is dichter en schrijver. In 2010 verscheen haar debuut Wat ik mezelf graag voorhoud, dat een jaar later onder meer de C. Buddingh’-prijs won. Haar tweede bundel De eerste letterverscheen in januari 2014. Haar debuutroman Het tegenovergestelde van een mens, over klimaatverandering en eenzaamheid, is deze maand verschenen.

Illustratie door de ongeëvenaarde: Ellis van der Does