Terugkomen – Maartje Wortel

SLAAstoriesMaartjeWortelTerugkomen

 

Jij kunt niet tegen stilte, zei ze.

Ze had haar hand op mijn hand gelegd. We zaten op een bankje aan de kade. We hadden elkaar al een tijd niet gezien. Ik keek naar het water en wilde mijn hand terugtrekken, toch liet ik hem liggen op het hout, haar hand bovenop de mijne.

Ik dacht: Ik kan wel tegen stilte. Ik kan alleen niet tegen deze stilte. Onze stilte.

Ik voelde haar hart kloppen in mijn hand. En dat zei ik tegen haar. Ik zei: Ik voel je hart.

Misschien is het je eigen hart, zei ze.

Misschien maakt het weinig uit, zei ik.

Ze pakte mijn hand iets steviger vast en zei: Jawel. Dat maakt dus wel uit. Mijn hart is het jouwe niet.

Ik snapte wat ze wilde zeggen, dat ze het voor mij zei, dat ik beter voor mezelf moest leren zorgen: iets met luisteren en vertrouwen en dat soort dingen, ik had het al zo vaak gehoord, de goede bedoelingen, maar haar woorden kwamen hard aan, als een definitief afscheid. Ik had moeten opstaan, maar ik bleef naast haar zitten. Tot zij zei: (hoe kon het ook anders?) Ik moet nu gaan. Iedereen moest altijd gaan.

Toen ik thuiskwam en met mijn jas aan op de bank ging zitten om te wachten tot het licht werd, dacht ik: Ik moet degene zijn. Ik bedoel: laat ik eens gaan. Ook al zag ik daar het nut niet van in. Dingen hoeven niet altijd nut te hebben, soms gaat het simpelweg om de actie. Ik moest ergens naartoe zonder dat er een vroegtijdige terugkeer mogelijk zou zijn. Ik keer altijd terug. Ik weet niet eens waarnaartoe. Ik denk dat ik thuis op iemand wacht, tot er iemand is die mij komt vertellen dat de stilte voorbij is.

Dus klapte ik mijn laptop open en boekte ik een reis op zee, met een cruiseschip zo groot als een flatgebouw. Zo kon ik onderweg zijn en tegelijkertijd denken dat ik me op een vaste plek bevond. De website feliciteerde me met mijn keuze. Ik bleef heel lang naar het woord gefeliciteerd kijken, het is een woord dat je aan iemand anders geeft, dat is de eigenschap van sommige woorden, dat het een gift is, en ik huilde plotseling een beetje, want al heel lang had niemand me zulke woorden gegeven.

Een week later liep ik via een loopbrug een schip op. Mijn rugzak plakte aan mijn rug. Ik werd opgewacht door twee vrouwen in witte pakjes. Ze hadden zich mooi opgemaakt, ze wensten me een goede reis. Ik keek naar de grond en liep door de lange gangen van het schip. In mijn hut viel ik onmiddellijk in slaap. Ik weet niet na hoeveel uur ik wakker werd, maar mijn mond was droog en we waren al op de open zee. Ik keek door het raam naar de golven. Ik keek door het raam naar de horizon, naar het niets dat voor me lag. Ik schoof het gordijn dicht en probeerde me voor te stellen dat ik thuis, niet ver van haar, in een flatgebouw zat. Te wachten. Ik wilde haar bewijzen dat ik tegen de stilte kon. Maar ik had alleen mezelf iets te bewijzen. Pas dan kon ik terug.

247180-02_ANNEGIENVANDOORN_COSTA_MEDITERRANEA-65a32f-original-1494848047 247184-06_ANNEGIENVANDOORN_COSTA_MEDITERRANEA-af4f4f-original-1494848053

//

Maartje Wortel (1982) werd van de School voor Journalistiek gestuurd omdat ze te veel verzon. Voor haar debuut Dit is jouw huis ontving ze de Anton Wachterprijs en haar roman IJstijd won de BNG Literatuurprijs. De verhalenbundel Er moet iets gebeuren verscheen in 2015. Haar nieuwste boek, Goudvissen en beton, is volgens haar uitgeverij ‘een oneindig verhaal, een duizelingwekkende ballade, een pamflettistische overpeinzing, een holistische keten’.

Dit verhaal is geschreven n.a.v. de expositie Costa Mediterranea van Annegien van Doorn. Annegien van Doorn stapte met haar fotocamera op het cruiseschip Costa Mediterranea. Meedeinend op de golven vond ze zichzelf in een parallel universum boordevol Romeinse kolommen, gouden piramides, personeel en slechts een kleine cabine waar ze zich in privacy kon terugtrekken. In deze raamloze cabine fotografeerde ze door haarzelf gecreëerde taferelen. Samen geven de foto’s de (sur)realiteit weer van het leven aan boord van een cruise. Van 24 juni t/m 30 juli in Melkweg Expo.