De Poëziepodcast van Daan Doesborgh: Ted van Lieshout

 

DPP_ICOON-02header

Luister de podcast hier op de website van Vrij Nederland.

Alles is weer heerlijk bij het oude deze keer. 23 minuten, opgenomen in Splendor, zonder publiek erbij. In alle vroegte (en zonder koffie want de koffiemachine is stuk) schuift Ted van Lieshout aan in de Grote Zaal voor aflevering 10 van de Poëziepodcast. Voor we kunnen beginnen moet ik eerst nog het enorme audiobestand van mijn lange gesprek met Peter Verhelst verwijderen, anders past deze nieuwe aflevering, die we keurig binnen de tijd hebben gehouden, niet op de recorder.

We duiken er meteen in met het gedicht dat Ted heeft meegebracht, een van zijn favoriete gedichten. Het is van de éminence grise van de Nederlandse kinderpoëzie, Leendert Witvliet, die trouwe Vrij Nederlandlezers nog wel kennen van kinderrubriek De Blauw Geruite Kiel.

Paarden voor de ramen

Er kwamen paarden tot vlak bij de ramen
en het was ook al de achtste dag
en er was een trommelaar vanmorgen
en een man had zo gestaard
en de kat was niet thuis
en de hond blafte maar
en het was een jaar met dertien maanden
drieënvijftig weken, alles
werd te veel, die late avond
toen er zware lasten uit de bomen vielen
en paarden voor de ramen kwamen.

Leendert Witvliet, uit: In zomers, Uitgeverij Querido, 1994.

Het is een mysterieus gedicht, en voor Ted is dat precies de reden dat hij er geen genoeg van kan krijgen: hij snapt er geen hout van en dat maakt het zo aantrekkelijk. Gelukkig hoef je een gedicht ook niet te begrijpen om het mooi te kunnen vinden. Dat is überhaupt wat poëzie zo aantrekkelijk maakt. Ted vat het samen in een zin die ik als eerste selecteer als ik ooit een compilatie maak van memorabele uitspraken over poëzie die deze podcast heeft voortgebracht: “Op het moment dat je aanvaardt dat je niet alle gedichten zult begrijpen, sta je open voor alle poëzie.”

Ik vond het zelf een ontzettend Ted van Lieshoutgedicht, een kwalificatie waar Ted het aanvankelijk totaal niet mee eens is, omdat zijn gedichten altijd juist heel duidelijk zijn. Maar dan diept hij uit zijn meest recente bundel, Onder mijn matras de erwt, toch een gedicht op waar toch wat ongrijpbaarheid in zit. Daarin wordt de lezer van regel tot regel op het verkeerde been gezet, met listige enjambementen zoals “Ik zie in de spiegel / een zee // meer min / met voeten.” “Nou die snap ik eigenlijk ook niet echt”. Uiteindelijk is dat pesterige vooruitschuiven van betekenis ook wat Witvliet doet in zijn gedicht: de lezer verwacht dat het gedicht naar het einde toe duidelijker wordt, maar het wordt eigenlijk alleen maar verwarrender.

Het gedicht over de zee, meer, min was een extraatje, want het gedicht van eigen hand dat Ted eigenlijk mee had genomen hebben we nog tegoed. Het komt uit dezelfde bundel, maar is heel anders. In Onder mijn matras de erwt, nu verkrijgbaar bij de betere boekhandel, probeert Ted een nieuw concept, want de hele bundel gaat over één meisje dat we volgen tijdens het opgroeien. De luisteraars van de Poëziepodcast ontmoeten haar op een precair moment: haar ouders gaan scheiden.

uit elkaar

Papa en mama willen uit elkaar en ze doen net
of het onze schuld niet is. Maar natuurlijk is het dat wel.

Wij hebben ons bord niet leeggegeten.
Wij zijn niet op tijd naar bed gegaan.
Wij hebben niet gehoorzaamd.
Wij doen niet genoeg ons best op school.

Papa en mama hadden nóóit verwacht dat ze zulke
teleurstellende kinderen zouden krijgen en daarom
gaan ze nu scheiden. Ze gaan waarschijnlijk ieder
met iemand anders proberen nieuwe kinderen
te krijgen die minder mislukt zijn.

- Nou, jullie twee doen je best maar! Betere kinderen
dan wij bestáán niet, kunnen niet geboren worden!

Als wij hadden geweten dat we bij zulke ruziënde ouders
geboren zouden worden, hadden we minder verstand
meegenomen met onze geboorte. Maar het is nu eenmaal zo.

Als jullie de hele tijd ruzie blijven maken, gaan
mijn broer en ik net zo lief ergens anders wonen.

Wij hebben misschien geen recht op wijze ouders,
maar wij hadden er wel op gerekend.
We kunnen er ook naar blijven verlangen,
al begrijpen we dat het geen zin heeft.

Dus ga maar uit elkaar.

Wij geven er toestemming voor.

Ted van Lieshout, uit: Onder mijn matras de erwt, Uitgeverij Leopold 2017.

Het gedicht heeft een vorm waar Ted patent op lijkt te hebben: het verontwaardigde briefje. Hij is een meester van deze vorm, in ieder geval in zijn gedichten. Kinderen die de scheidingsplannen van hun ouders berispen, een moeder die de moederdagtekening van haar kind afkraakt, of een gezin dat klaagt omdat de slager hen geen operatief verwijderde kippenpootjes van nog levende kippen wil verkopen: het zijn allemaal gedichten van Ted van Lieshout, juweeltjes van verontwaardiging. Poëzie op hoge poten.

Een hele poos gaat het gesprek per ongeluk niet over ‘uit elkaar’ maar over het gedicht ‘wij wilden acht kippenpootjes’ uit de bundel Driedelig paard, het verontwaardigde briefje over operatief verwijderde kippenpootjes dat ik hierboven al aanhaalde. Het is een van mijn favoriete gedichten, en Ted vertelt dat hij het in het begin niet voor kon dragen zonder in de lach te schieten. Ik ga het hier niet publiceren, u moet maar gewoon allemaal Driedelig paard kopen want het is een heerlijke bundel met nog meer mooie én hilarische gedichten.

Maar dan gaat het toch over dit gedicht, en over scheiden. Ted en ik hebben er allebei geen ervaring mee, mijn ouders zijn nog altijd getrouwd, een unicum tegenwoordig (hoi pap en mam) en Teds vader overleed toen Ted nog geen acht was, maar we kennen allebei genoeg kinderen van gescheiden ouders. Een gedicht als ‘uit elkaar’, waar ernst en humor hand in hand gaan, biedt misschien wel houvast in zo’n verwarrende tijd.

Het samengaan van humor en een boodschap is volgens Ted enorm belangrijk. Waarbij de humor niet als een lepeltje suiker fungeert om het lepeltje traan te kunnen verdragen, maar zijn verdiende plaats inneemt als wezenlijk onderdeel van het leven. Ted haalt een lied van Friso Wiegersma aan, die over de dood van Wim Sonneveld schreef over “het lachen wat we samen deden, het is voorbij.” Ted zingt een stukje, minstens zo mooi als Willem Nijholt natuurlijk, maar wie het hele nummer wil luisteren vindt het hier: https://www.youtube.com/watch?v=Rclv3N64ShU

Alleen: het lachen is niet voorbij als iemand overlijdt, zoals de oma van de hoofdpersoon in het laatste gedicht van Onder mijn matras de erwt. Het lachen is juist wat blijft, en humor kan helpen om moeilijke momenten draaglijker te maken. De poëzie van Ted is een mooi voorbeeld van hoe, ook in de poëzie, humor ontzettend belangrijk is. Ikzelf heb in ieder geval nog nooit zo vaak gelachen tijdens een aflevering.

Als u dit artikel leest, heeft de Nacht van de Poëzie al plaatsgevonden, en zitten er in mijn geheime kluis vijf wervelende gesprekken met dichters Carmien Michels, Abdelkader Benali, Simone Atangana Bekono, Astrid Lampe en Bart Moeyaert. Deze gesprekken komen, in bovenstaande volgorde, een voor een online, de eerste op 9 oktober. De volgende reguliere aflevering komt op 23 oktober, en zo gaan we vrolijk elke twee weken door. Het regent, tijd voor méér Poëziepodcast!