De poëziepodcast van Daan Doesborgh: Lieke Marsman

DPP_ICOON-02header

Luister de podcast hier op de website van VN.

Terwijl ik in het café van Splendor op Lieke Marsman zit te wachten, ontdek ik dat ik nooit eerder op woensdagochtend met een dichter in Splendor heb afgesproken. Niet omdat Lieke enorm te laat is en ik in mijn agenda terugblader naar januari, of omdat ik maniakaal bijhoud op welke dagen van de week ik allemaal wel en niet in Splendor ben geweest, maar omdat het café gevuld is met een krioelende meute peuters en ouders. Woensdagochtend is peutermuzieklesochtend, en deze maand dus blijkbaar voor het eerst ook Poëziepodcastochtend. Gelukkig wordt onze opname in de Grote Zaal door twee sets geluidswerende deuren gescheiden van de muziekles in de Kleine Zaal en hoeft u er als luisteraar niets van te merken.

Deze aflevering van de podcast is als alle andere, we bespreken twee gedichten, eentje van Lieke zelf en eentje van iemand anders, maar tegelijk is het concept deze week ook nieuw. We bespreken namelijk in zekere zin ook de debuutroman van Lieke, Het tegenovergestelde van een mens, want daar staan allebei de gedichten in.

Als interviewer moet je soms advocaat van de duivel spelen, dus ik begin het gesprek met een domme vraag: waarom zitten er eigenlijk gedichten in je roman? Lieke: waarom niet? Een uitstekend antwoord. Waarom zouden er ook keurige tuinhekjes tussen romans, gedichten, essays en andere genres moeten staan? Het tegenovergestelde van een mens is dus een roman, met daarin onder andere een essay over Handke, waarin vervolgens dan weer dit gedicht van Robert Creeley zit:

Zonder reden

Ik droomde vannacht
dat de angst voorbij was, dat
het stof verscheen, en toen water
en mannen en vrouwen, niet langer
alleen, en alles viel stil
in het licht van de maan.

Zo’n lankmoedige lofzang-
lachend, lachend naar mij,
en dagen strekken zich uit over
het ontkiemende lover,
gras, bomen, wereldzeeën
en -steden, zonder een reden.

Robert Creeley, vertaling Lieke Marsman. Uit: Het tegenovergestelde van een mens, Atlas/Contact 2017.

Ik vind het altijd leuk als ik een dichter te gast heb die een eigen vertaling kiest (zie bijvoorbeeld de afleveringen met Menno Wigman, Ellen Deckwitz of K. Schippers). Poëzie vertalen is een geliefde bezigheid van mij, en het is altijd interessant en leerzaam om het daar met andere dichter/vertalers over te hebben. Lieke beschrijft een herkenbaar proces: je begint met het vertalen van eenvoudige gedichten, en maakt het jezelf steeds moeilijker, tot je een bedrieglijk eenvoudig gedicht als dit, vol vertaaltechnische addertjes onder het gras, met succes naar het Nederlands om weet te zetten.

Het slot van Lieke’s roman is ook een gedicht, eentje waarin je, aldus Lieke, nog een keer langs het hele verloop van de roman wordt geleid. Natuurlijk niet als een schoolse samenvatting, maar meer als een resumerende epiloog.

Overal waar je komt voel je je sterker

Je droomt over atoomexplosies. Af en toe
explodeer je van verlangen. Iemand zegt:
worsteling. Jij verstaat: verlies. Kun je wel

de boksring in kruipen en er als overwinnaar
weer uit stappen? Geknakt nekje, ze tillen
je trillende handje de lucht in. Zo hard
bouwde je nog niet eerder modderige
zandkastelen tegen de vloedlijn aan.

Iemand zegt: we slaan de zeilen uit.

Jij vertaalt: verzuipen. Gooit boeien van taal
in plaats van de zeilen uit, redt onze zielen
met nautische metaforen.

En elke dag ben je bij elke dag, loopt wat rond
met een emmer, het water klotsend
het ritme van je kolkende hart. Het ritme

het water verspreidend over de rand
van een glas, een voederbak, sijpelt zo
onder een deur door naar de volgende kamer

waar je ook zit. In een stoel die steeds omvalt
als je eruit opstaat. Maakt het uit. Een boek leest,
heel tevreden eigenlijk. En kun je wel:

de mensen die land zien negeren. Nee,
dat kun je niet meer. Iemand: stil, land.
En jij die het gewoon wil zien dit keer,

klaarstaat, de opvarenden de steiger
op helpt, een tas aanneemt, allang
vergeten dat je een van hen was.

Jij mag de kamers verdelen vandaag.
Ons na het ontbijt de zon in roepen.
Een activiteit voor de middag verzinnen.

Misschien kunnen we in de kano gaan zitten
en wachten tot de rivier alles wegneemt.

Lieke Marsman, uit: Het tegenovergestelde van een mens, Atlas/Contact 2017.

Lieke vertelt hoe het schrijven van een roman en het schrijven van gedichten die in die roman terecht moeten komen zich tot elkaar verhouden. Ze heeft de gedichten en het plot heel zorgvuldig aan elkaar gekneed, door beelden uit de roman in het gedicht te stoppen op plaatsen waar ze zonder die roman misschien net een ander beeld gekozen zou hebben, en door beelden uit het gedicht met terugwerkende kracht in de roman voorbij te laten komen. Desondanks lenen sommige gedichten uit de roman zich er best voor om op zichzelf staand voorgedragen te worden. Of Lieke ze ook op zou nemen in een bundeling verzamelde gedichten laat ze aan de executeurs van haar literaire nalatenschap, maar veel stukken in haar roman zweven, hoe kan het eigenlijk ook anders, in het schimmige domein tussen proza en poëzie. Daar een selectie van vastleggen in een bloemlezing is de materie in hokjes stoppen, wat nu niet hoeft.

Wat op zich wel zou mogen: een cassette met het verzameld werk van Lieke Marsman, zo groot dat er een speciaal kastje bij geleverd moet worden. De cassette na haar dood, het kastje graag nu vast. Mocht er een meubelmaker luisteren, die aan het multidisciplinaire Het tegenovergestelde van een mens de dimensie houtbewerking toe zou willen voegen: Lieke heeft er oren naar.

Op zaterdag 4 november aanstaande, tijdens het Harry Mulisch Festival, zit Lieke haar eigen leesclub voor. Een dag later, op zondag 5 november en eveneens op het Harry Mulisch Festival, zal ik in de werkkamer van Harry Mulisch de nieuwe aflevering van de Poëziepodcast opnemen. Mijn gast is dan Tonnus Oosterhoff en u kunt aanwezig zijn! Meer info en kaartverkoop vindt u hier.

Over twee weken is de Poëziepodcast terug, met de tweede mini-aflevering die ik op de Nacht van de Poëzie opnam. Mijn gast is dan Abdelkader Benali.