De Poëziepodcast van Daan Doesborgh: Carmien Michels

DPP_ICOON-02header

Luister de podcast hier op de website van VN.

Tivoli Vredenburg is een duizelingwekkend gebouw. Ik ben er sinds de heropening al regelmatig geweest, voornamelijk als jaarlijks medepresentator van het NK Poetry Slam, en ik heb het gebouw nog steeds niet echt doorgrond. Wat dat betreft doet het me denken aan mijn studentenjaren op het Amsterdamse PC Hoofthuis: waar gisteren écht nog een trap of een lift zat, zit nu ineens een toilet of een zaaltje.

Op de Nacht van de Poëzie is op een voor de gelegenheid gematerialiseerde tussenverdieping met een bar een knus podium ingericht met Chesterfields en een videoverbinding met de Grote Zaal, waar doorlopend de hele nacht dichters en entr’actes optreden. Vanaf dit podiumpje zal ik tot februari volgend jaar elke maand een gesprek voeren met een dichter uit het Nachtprogramma. De eerste in die rij: Carmien Michels.

Lees meer ›

Stadsgedicht

Wat je aanraakt

In het Nieuwe DeLaMar vertelt hij
me dat een dichter zijn onderscheiding
is verloren en graag een nieuwe wil.
‘Het verkeer zit vast, de straten

zijn dicht,’ lacht hij, ‘net of het
zo hoort.’ Hij zwijgt, waar denkt hij
aan? De vluchteling Lao Tze leert je
naar het niets te kijken. De dertig

spaken verenigen zich in een naaf. Van
de ruimte hangt het gebruik van het wiel
af. ‘Kijk,´ zegt Lao Tze, ‘hier kneedt
men leem tot vaten, maar geen vat kan

zonder de leegte.’ Kan een gat zo groot
worden dat de sok er nauwelijks is, steeds
meer gaten, haast zonder wol? De leegte
rukt op, de burgemeester zit er middenin.

Deuren en vensters, van de ruimte hangt
het hele huis af en van hem de hele stad
nu hij zelf de leegte is geworden, tussen
de harp en de uil, tussen twee biertjes

op het plein, hangt hij boven de aftrap
van de wedstrijd, is hij de afstand
tussen twee bruggen als er op het water
van zijn stad viool wordt gespeeld. Oh,

E v d L, ben je op elk uithangbord het wit
tussen de woorden, vult je afwezigheid alle
plekken waar Amsterdam steeds opnieuw wordt
beschaduwd, beademd, gespeld, gespeeld.

- K. Schippers

Dit gedicht verscheen eveneens in Het Parool.

Stadsgedicht

De Valerius, afgebroken

Bedwelmd door het gewone springt de dichter
naar beneden. Er hangt geen net. Wie heeft
er in de Valerius gezeten. Ze hebben het

gebouw omgeduwd of is het uiteen gevallen.
Zandvlakte met kruinen van rupsbanden. Wat
doe je als je even weg bent, hangt ervan af

van waar je weg bent. Ongewervelde gedachten.
Een vlinder op het puin, gehakkelde aurelia.
Polsbandje dat toegang geeft en je weet niet

meer tot wat. Vestdijk: in het land waar de
paraplu’s het voor het zeggen hebben is
onbegrip bijna een deugd. Een zwaan entert

een brievenbus. Doem van krankzinnig, afgebroken,
nergens in voorkomen, niet mee kunnen doen.
Als je duim is uitgeschakeld weet je pas wat

hij doet. Verspreidden ze zich van het gebouw
over het park en de omringende cafés. Try-
out van het geringste. Tastzin in het open

veld. Kaartjes voor een gesloopte bioscoop,
de Alhambra. Hoogstpersoonlijke tegenwerking.
Opzien tegen het licht. Dezelfde schaduw in

verschillende films. Trap, springen, vraagteken.
Hoe pakt de nagalm uit. Er is niemand meer.
Wacht eens, lukt het je nog op de trap.

20170918172616_00001

Foto: M. van der Hoeven (privécollectie K. Schippers)

Liekes Leeslijst #7: de laatste

 

vierkant_tekst

De zomer, natuurlijk hét leesseizoen bij uitstek, is helaas voorbij. De afgelopen twee maanden heb ik hier een aantal boeken die ik las kunnen bespreken. Dat betekent dat ik ook een heleboel boeken níét heb kunnen bespreken. Daarom hier, in vogelvlucht, een paar andere boeken die me opvielen – en waarom.

Yaa Gyasi – Homegoing, Penguin Random House UK, 2016

Over dit boek wilde ik helemaal aan het begin van de zomer al iets schrijven, maar ik kwam er niet uit omdat het vrij ingewikkeld in elkaar zit. Het vertelt het verhaal van twee Ghanese zussen en de zeven generaties na hen. De zussen worden op jonge leeftijd van elkaar gescheiden: de een, Effia, trouwt met een slavenhandelaar, de ander, Esi, wordt als slaaf verkocht. In de hoofdstukken die volgen volg je het leven van hun kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen etc. en wordt pijnlijk duidelijk hoe slavernij vele generaties later nog doorwerkt op de identiteit en sociale positie van mensen. Vooral de hoofdstukken over de V.S. rond de ‘afschaffing’ (waarom ik dit tussen aanhalingstekens plaats is duidelijk voor wie het boek leest) van slavernij maakten indruk. Zou verplichte leeskost op middelbare scholen moeten zijn.

Roman Helinski – De wafelfabriek, Hollands Diep, 2017

Dit is een boek om in een ruk op een regenachtige middag uit te lezen, en dat is dan ook precies wat ik deed. Op een dag arriveert er een nieuwe werknemer in De wafelfabriek: Arka Narovski, een beetje een mysterieuze maar zeer charismatische man. Hij weet de overige werknemers, die tot dan toe tevreden, of in ieder geval niet ontevreden waren met hun werk, ervan te overtuigen dat de fabrieksdirecteur hen uitbuit. Omdat hij heel slim en manipulatief is, gaat zijn boodschap erin als de zoete koeken die de fabrieksvrouwen dag in dag uit produceren. Waarom heeft iedereen eigenlijk rotte tanden – iedereen behalve de directeur en de werkneemster met wie hij een affaire heeft? Al gauw krijgt het boek iets sektarisch, en over sektes lezen is altijd leuk. (Full disclosure: Roman is mijn tennismaatje. Dat zeg ik erbij omdat ik vind dat iedereen die over het boek van een vriend schrijft dat zou moeten doen.)

Femke Halsema – Pluche, Ambo Anthos, 2016

Dit boek heb ik sinds ik het las al aan zeker vier mensen aangeraden (en iedereen was net zo enthousiast als ik). De memoires van Femke Halsema zijn uiteraard interessant voor wie van politiek houdt, maar zeker ook voor mensen die daar niet zo veel mee hebben en, bijvoorbeeld, wel met soaps. Van de moord op Pim Fortuyn tot het aantreden van Jesse Klaver, van de affaire-Singh Varma tot alle bizarre acties van Rita Verdonk (ik was het alweer bijna vergeten, maar die heeft het Nederlandse volk toch ook maar mooi moeten verkroppen), Ayaan Hirsi Ali, Jolande Sap, Wouter Bos – allemaal passeren ze de revue. Pluche is een heel volledig en vooral leesbaar overzicht van de Nederlandse politiek de afgelopen twintig jaar.

Daan Windhorst - Gifjes, Nijgh & Van Ditmar, 2016

Gifjes kwam per toeval op mijn pad en in eerste instantie dacht ik: volgens mij is dit vooral een boek met flauwe grapjes. En toen bleek (ik wist het eigenlijk al) dus dat ik heel erg van flauwe grapjes houd. De korte verhalen (‘gifjes’) in dit boek zijn trouwens niet alléén grappig/flauw: ze zijn ook ontzettend scherp en maatschappijkritisch. Bij vlagen doet het boek denken aan de Britse serie Black Mirror: veel van de verhalen spelen zich af in de nabije toekomst en hebben een cynische/dystopische ondertoon. Het beste verhaal vind ik ‘Project Grondwet’, waarin honderd burgers (en honderd BN’ers) verplicht (de BN’ers uiteraard vrijwillig) een nieuwe concept-grondwet moeten verzinnen. Ondanks alle principiële bezwaren die je tegen zo’n project zou kunnen hebben ontaardt het verhaal in een e-mailruzie over het gebrek aan veganistische opties bij de lunch tussen een van de deelnemers en de stagiaire die het project leidt. Overigens ook een principieel bezwaar, maar ‘principes zijn geen geldige reden voor afwezigheid helaas’.

Nou goed, dag zomer, dag SLAA! De herfst is aangebroken – natuurlijk hét leesseizoen bij uitstek.

De Poëziepodcast van Daan Doesborgh: Ted van Lieshout

 

DPP_ICOON-02header

Luister de podcast hier op de website van Vrij Nederland.

Alles is weer heerlijk bij het oude deze keer. 23 minuten, opgenomen in Splendor, zonder publiek erbij. In alle vroegte (en zonder koffie want de koffiemachine is stuk) schuift Ted van Lieshout aan in de Grote Zaal voor aflevering 10 van de Poëziepodcast. Voor we kunnen beginnen moet ik eerst nog het enorme audiobestand van mijn lange gesprek met Peter Verhelst verwijderen, anders past deze nieuwe aflevering, die we keurig binnen de tijd hebben gehouden, niet op de recorder.

Lees meer ›

Liekes Leeslijst #6: Epictetus

Aan een pótje, meer niet

vierkant_tekst

Zakboekje – Epictetus, Boom kleine klassieken, 2011

Sinds ik in de tweede klas van de middelbare school een werkstukje maakte over de Romeinse keizer/filosoof Marcus Aurelius, heb ik een voorliefde voor de Stoa. Simpele, heldere, praktische filosofie, die iedereen kan begrijpen. Marcus Aurelius’ Meditaties lees ik ieder jaar wel een keer. En toen ik onlangs voor een habbekrats Epictetus’ (ook een Stoïcijn) Zakboekje op de kop kon tikken, kocht ik het en begon meteen te lezen.

Het Zakboekje (oorspronkelijk Encheiridion - ik herhaal hier trouwens gewoon wat dingen uit het nawoord), is een klein boekje met 53 adviezen over hoe je het beste kunt leven. Het werd in eerste instantie vooral door soldaten gebruikt, die het vanwege de omvang meenamen op hun reizen. Maar al snel won het ook in andere lagen van de bevolking aan populariteit en ik stel me zo voor dat het op een gegeven moment in ieder Romeins huishouden te vinden was. Veel latere filosofen, Spinoza en Kant bijvoorbeeld, zeggen door Epictetus geïnspireerd te zijn.

Het doel van de Stoïcijnen, hetgeen waar al hun filosofie op was gericht, was om een staat van apatheia, oftewel onverschilligheid, te bereiken. Je kunt niet (of nauwelijks) beïnvloeden wat er in de wereld gebeurt, maar je kunt wel beïnvloeden hoe jij er op reageert. In sommige gevallen nam dit extreme vormen aan. Epictetus schrijft bijvoorbeeld (om precies te zijn, een van Epictetus’ leerlingen schrijft bijvoorbeeld – zelf schreef hij niet):

Stel, je bent aan een potje gehecht. Zeg dan, ‘Aan een pótje, meer niet, ben ik gehecht. Mocht dat ooit breken, dan raak je niet van streek. En stel dat je je kind of vrouw kust, dan is het: ‘Een sterveling, meer niet, geef ik een kus.’ Komt die ooit te overlijden, dan raak je namelijk niet van streek.

Je zou maar verkering met Epictetus hebben.

Een ander advies luidt, en vat de leer van de Stoa goed samen:

Verlang niet dat alles wat er gebeurt, precies zo gebeurt als jij het wenst, maar wens slechts dat alles gebeurt zoals het nu eenmaal moet gebeuren, en je zult slagen in het leven.

Om eerlijk te zijn, hoe meer adviezen ik lees, hoe meer ik het idee heb dat ik een Happinez in handen houd. En dan weet ik opeens waar het Zakboekje me aan doet denken: de cursus mindfulness die ik ooit volgde. Met die cursus was niets mis, maar ik had hem nog niet eerder met filosofie geassocieerd. En hoe langer ik er over nadenk, hoe vreemder ik het vind: filosofen uit de oudheid staan bekend als uiterst rationeel, de grondleggers van de logica en eigenlijk de hele westerse filosofie. Wie zegt van Epicurus of Seneca te houden, is ongetwijfeld een rationeel denker. Maar wie zegt van boeddhisme en mindfulness te houden, zetten we weg als zweverig. Ik tenminste wel. Filosofie uit de oudheid: cool. Oosterse filosofie: voer voor mensen met een midlifecrisis. Diogenes: briljante man die in een regenton woonde. Boeddha: esoterisch type met alleen een onderbroek aan. En dat terwijl beiden toch hetzelfde doel hebben: een rustig, onverstoord leven leiden, waarbij je de dingen die je normaal gesproken zorgen baren in een ander licht uitlegt en zo de angel eruit haalt. En dat terwijl beiden zowel briljante inzichten als gezapige platitudes hebben voortgebracht. Er is eigenlijk geen reden om de Stoa als rationeler, of minder zweverig, te zien dan het boeddhisme.

Maar hoe wenselijk is het eigenlijk een onverstoorbare levenshouding te hebben? Kun je zonder zo nu en dan door zorgen verstoord te worden wel functioneren? Toevallig luisterde ik van de week een aflevering van de podcast Invisibilia, de aflevering Fearless, waarin een vrouw werd geïnterviewd die vanwege een zeldzame hersenaandoening geen angst kan voelen. Het maakt niet uit wat er gebeurt: iemand zet een mes tegen haar keel, haar vliegtuig dreigt neer te storten — ze voelt er niets bij. De ultieme stoïcijn, zou je kunnen zeggen. Toch was ze al meerdere keren bijna aan haar aandoening onderdoor gegaan. Ze wist gevaarlijke situaties simpelweg niet op waarde te schatten. En zelf weet ik vrijwel zeker dat als ik het advies ‘wens slechts dat alles gebeurt zoals het nu eenmaal moet gebeuren’  ter harte zou nemen, ik nooit meer iets gedaan zou krijgen en in bed zou gaan liggen om alle gebeurende dingen hun gang te laten gaan. Ik heb zo een haat-liefde verhouding met mijn zorgen. Haat, want het zijn zorgen. Maar ook liefde, want zorgen zorgen ervoor dat ik de dingen doe waarvan ik houd, omdat ik niet iemand wil zijn die de dingen waarvan ze houdt niet doet.

Goed, Epictetus is dus misschien niet voor mij. Zijn stoïcijnse opvattingen zijn me te extreem (mocht mijn geliefde ooit komen te overlijden, dan ga ik wekenlang huilen, en dat is dan precies hoe ik het wil). Maar dit stukje Marcus Aurelius zal ik altijd blijven herhalen en kan ik iedereen die wel eens een onzekere dag heeft aanraden:

20. Anything in any way beautiful derives its beauty from itself, and asks nothing beyond itself. Praise is no part of it, for nothing is made worse or better by praise. This applies even to the more mundane forms of beauty: natural objects, for example, or works of art. What need has true beauty of anything further? Surely none; any more than law, or truth, or kindness, or modesty. Is any of these embellished by praise, or spoiled by censure? Does the emerald lose its beauty for lack of admiration? Does gold, ivory, or purple? A lyre or a dagger, a rosebud or a sapling?

//////////

Lieke Marsman is dichter en schrijver. In 2010 verscheen haar debuut Wat ik mezelf graag voorhoud, dat een jaar later onder meer de C. Buddingh’-prijs won. Haar tweede bundel De eerste letter verscheen in januari 2014. Haar debuutroman Het tegenovergestelde van een mens, over klimaatverandering en eenzaamheid, is onlangs verschenen.

Illustratie door de ongeëvenaarde: Ellis van der Does

Liekes Leeslijst #5: Waterjager

vierkant_tekst

Waterjager – Chris Polanen, Lebowski Publishers, 2017

Iedereen heeft een vriend nodig op wiens leestips je blind durft te vertrouwen - dus toen vriendin E. mij onlangs op het hart drukte dat de debuutroman van Chris Polanen, Waterjager, echt de moeite waard was, besloot ik het boek meteen te gaan lezen.

Twee Surinaamse broers, Joshua en JC, worden op jonge leeftijd van elkaar gescheiden wanneer Paramaribo ten onder dreigt te gaan aan de gevolgen van klimaatverandering. Het water stijgt en stijgt. Joshua, de jongste broer, vlucht met zijn moeder naar de Amsterdamse Bijlmer, terwijl JC en de vader van het gezin achterblijven. Eerst hebben de twee nog wel contact, er zijn zelfs plannen voor een hereniging, maar Paramaribo raakt van de rest van de wereld afgesloten en uiteindelijk spreken ze elkaar minder en minder. Joshua groeit op en wordt arts, heeft Nederlandse vriendinnetjes en vrienden, maar nooit lukt het hem om zich echt thuis te voelen in Nederland. Hij voelt zich ontheemd, verlangt terug naar zijn jeugd.

Nederlanders persen het leven als een sinaasappel uit en zijn altijd bang dat er niet genoeg sap uit zal komen. Hun man, hun vrouw, hun kinderen, hun baan, hun huis, hun auto, hun vakantie. Alles persen ze uit, en ze begrijpen niet dat slechts een verschrompelde versie van het leven overblijft. ‘Het is me niet gelukt om Nederlander te worden, maar ik weet ook niet meer hoe ik Surinamer moet zijn.’

Joshua besluit terug te keren naar Suriname, in ieder geval tijdelijk. Als hij aankomt in Paramaribo blijkt de stad alleen nog maar per boot begaanbaar – overal staat metershoog water. Vrijwel iedereen is verhuisd naar Nieuw-Paramaribo, het oude Paramaribo is door de overheid verloren verklaard en aan het water overgeleverd. Joshua’s vader is overleden, zijn broer JC blijkt een reusachtige man geworden die de taak op zich heeft genomen de rust te bewaren in de stad, die enkel nog bevolkt wordt door criminelen, goudzoekers en prostituees. Wie zich niet aan aan de regels houdt, kan erop rekenen dat JC en zijn metgezellen hen in elkaar komen slaan. De wet van de sterkste heerst: het is eten of gegeten worden – soms zelfs letterlijk, door de pirengs, die vanonder het watervlak altijd loeren op een volgende prooi.

Er blijken niet alleen herinneringen aan de tijd dat de stad bloeide rond te dwalen in Paramaribo: keer op keer verschijnt Ambrose, het overleden zoontje van vrienden van JC aan een van de personages om hem of haar iets te vertellen over de toekomst of het verleden. Ambrose lijkt symbool te staan voor de manier waarop we geneigd zijn ons in verleden en toekomst vast te bijten wanneer er in het nu niets goeds te beleven is – in dit geval van drank en geweld. Wanneer Joshua nadenkt over deze strijd tussen toekomst en verleden, het verlangen naar Suriname en tegelijkertijd het verlangen om eindelijk echt een leven op te bouwen in Nederland, vind ik het boek het mooist.

In Suriname scheen de zon, werd je op straat herkend, was er altijd een reden om te lachen en te feesten, maar kon je ten onder gaan tijdens een van de vele crises met hun schaarste en inflatie. In Nederland kwijnde je weg omdat je de zon maandenlang nauwelijks zag, liep men je voorbij alsof je onzichtbaar was, maar was er in moeilijke tijden altijd subsidie of een uitkering. In Suriname kon je in de kracht van je leven overlijden aan de steek van een besmette muskiet, omdat men in het ziekenhuis geen medicijnen had of gewoon vergat dat je er lag. In Nederland hield men de meest agressieve vormen van kanker met geavanceerde behandelingen tegen zodat je nog jaren achter glas weg kon kwijnen, dromend over Suriname. Jongeren waren in Suriname beperkt in hun mogelijkheden, in Nederland waren zowel de mogelijkheden als de verleidingen onbegrensd.

Aan het begin van de zomer was ik op een literaire avond met o.a. Chris Polanen die georganiseerd werd in het clubhuis van een surfvereniging aan de Gaasperplas. Daar kwamen de twee werelden die in Waterjager een rol spelen treffend samen; met terugwerkende kracht voelde ik me er heel even een beetje Joshua. Enerzijds het schmutzige kille van een Nederlands clubhuis in the middle of nowhere (dit is niet per se negatief trouwens – ik houd van deze sfeer), anderzijds het stadse Bijlmerpubliek dat out of place oogde tegen een achtergrond van foto’s met surfende mensen erop. Een fijne afwisseling met de literaire avonden die ik doorgaans bezoek.

Heeft de SLAA hier al eens iets georganiseerd?

/////////

Lieke Marsman is dichter en schrijver. In 2010 verscheen haar debuut Wat ik mezelf graag voorhoud, dat een jaar later onder meer de C. Buddingh’-prijs won. Haar tweede bundel De eerste letter verscheen in januari 2014. Haar debuutroman Het tegenovergestelde van een mens, over klimaatverandering en eenzaamheid, is onlangs verschenen.

Illustratie door de ongeëvenaarde: Ellis van der Does

The Lost Poets-post: Marjolijn van Heemstra

 

Er was een zomer op Vlieland die op de een of andere manier een oerzomer werd. Zo één die de rest van je leven door alle zomers heen bromt, als de grondtoon van het jaargetijde. Ik probeer de beelden terug te halen. Een rogge ei in appelkist. Niemand wist hoe een rog eruitzag maar het ei beloofde een mythisch dier, zo zwart en toverachtig, een puntig kussentje op mijn hand. Over het klapperen van touwen en vlaggen en het gevoel dat de wind en de zon op dit eiland waren samengesmolten tot één element. De wind koelde ons af en toch verbrandden we levend. Ik was alle dagen aan het vervellen, voelde me een soort slang, ik groeide uit mezelf. Ik herinner me de kwallen, die leken van glas, en een groot donker paard waarop ik door de duinen draafde. Misschien was dat paard een droom trouwens, ik denk dat ik op die leeftijd eerder op een Shetlander reed dan op een Fries.

///

Voor het programma The Lost Poets op Into The Great Wide Open 2017 worden zes schrijvers Vlielands eigen writers-in-residence. Hun opdracht is simpel: laat je inspireren door het Waddeneiland met de hoogste duintop en de op een na laagste bevolkingsdichtheid, die bijzondere plek die al sinds mensheugenis kunstenaars bezielt: laat je inspireren door het bijzondere Vlieland. De ontstane teksten worden tijdens Into The Great Wide Open 2017 op het eiland verborgen en kunnen desgewenst beluisterd worden.

Een van die zes writers-in-residence is Marjolijn van Heemstra. We vroegen haar om een sneak preview van wat ons op ITGWO te wachten staat.

Marjolijn van Heemstra is schrijver, theatermaker, dichter en columnist voor Trouw. Ze werd bij literaire liefhebbers bekend met o.a. Als Mozes had doorgevraagd en Meer hoef dan voet. Haar meest recente boek ‘En we noemen hem’  is een zoektocht die grote vragen opwerpt over goed en fout, over terrorisme en over de vraag wat een pasgeboren baby met z’n voorouders te maken heeft.

The Lost Poets is een programma van SLAA en ITGWO. Meer informatie via hier en hier.

de poëziepodcast van daan doesborgh #8

DPP_ICOON-02header

Luister de podcast hier op de website van Vrij Nederland.

Vanwege de Summer Academy van Splendor, een stoomcursus muziek en alles wat er tegenwoordig bij komt kijken om als muzikant te werken, zijn alle ruimtes stijf volgeboekt, van de kelder tot de zolder. Mijn beschermengelen van de SLAA helpen me uit de brand, en zodoende sta ik op een zonnige maandag voor de Tolhuistuin (het paviljoen, niet de tuin) op Peter Verhelst te wachten, die een paar minuten later zichtbaar verward door de kenmerkende chaos van Noord aan komt lopen.

In de wat luidruchtige Grote Zaal van wat behalve Tolhuistuin ook wel Paradiso Noord heet, hebben we een gesprek. Deuren op de gang piepen open en klappen dicht, rolkoffers, pratende passanten en lossende vrachtwagens doen me meer dan eens naar het veilige stille Splendor verlangen (als er tenminste geen graafmachine tegen de gevel beukt). Maar het zit ons gesprek niet in de weg, sterker nog, deze maand presenteer ik u een dubbelaflevering van de Poëziepodcast. Als Peter Verhelst aan het woord is volgt de ene gedachte zo mooi uit de volgende dat ik er nauwelijks iets uit durf te halen, en machteloos zie hoe de toch al fikse aflevering uitdijt, naar 25 minuten, naar een half uur, naar 40 minuten. Twee keer een hele aflevering, maar het gesprek is het waard. Bijna drie kwartier lang een nerdgasm voor poëzienerds, althans, voor deze poëzienerd dan toch.

Het was gewoonweg zonde om van de 40 minuten die ik na een eerste ronde monteren nog over had, de helft weg te gooien.

Lees meer ›

Liekes Leeslijst #4: Dark Money

vierkant_tekst

Dark Money

Dark Money. The Hidden History of the Billionaires Behind the Rise of the Radical Right – Jane Mayer
Doubleday, 2016

As the houselights dimmed and the introductory country music faded to an expectant hush, four aging white men in dark business suits appeared from behind the curtains in a large auditorium and one by one took their turns at the lectern to prove that they were in fact, as the title of the program that day advertised, ‘the smartest guys in the room’.

Dit klinkt als de sterke openingszin van een licht-komische roman. In werkelijkheid is het een zin uit het non-fictieboek Dark Money van Jane Mayer, een boek waarin Mayer jarenlang onderzoek naar particuliere geldstromen in de VS verzamelt en haarfijn uiteenzet hoe de ‘democratie’ van de VS al decennialang onder invloed is van een select groepje miljardairs en multimiljonairs.

Het boek begint met een korte familiegeschiedenis van de Kochs, de meest beruchte miljardairsfamilie van het land. Vader Fred Koch, een oliemagnaat die zijn miljoenen bijeen harkte door zaken te doen met onder andere nazi-Duitsland en communistisch Rusland, liet zijn fortuin na aan zijn vier zoons Freddy, Charles, David en Bill. Van die vier zouden met name Charles en David (nadat ze Freddy en Bill via rechtszaken zoveel mogelijk uit het familiebedrijf hadden gewerkt) een grote rol gaan spelen in de Amerikaanse politiek.

Dit deden ze in eerste instantie door in de jaren ’90 een aantal rechtse/libertaire denktanks op te zetten. Deze denktanks hadden tot doel gedachtegoed te verspreiden dat Koch Industries uiteindelijk ten goede zou komen (denk aan: klimaatverandering bestaat niet, milieuregelgeving is slecht voor de economie, weg met rechten voor arbeiders). Grote bonus: al dit soort schenkingen aan universiteiten en particuliere stichtingen (die ze dus zelf hadden opgezet) waren fiscaal aftrekbaar omdat ze onder de noemer ‘filantropie’ vielen. Al snel werden de Kochs vergezeld door andere exorbitant rijke families, de families Scaife, Adelson en DeVos bijvoorbeeld – van wie Betsy DeVos vandaag de dag zitting heeft in het kabinet Trump. Daarnaast gingen ze nauwe samenwerkingsverbanden aan met o.a. ExxonMobil (voormalig CEO Rex Tillerson is nu minister van buitenlandse zaken).

Met de verkiezing van Obama tot president ontstond er een lichte paniek, en dus werd al bij de eerste mid-term elections van zijn presidentschap de portemonnee getrokken. Gevolg: Obama verliest zijn meerderheid in het Huis van Afgevaardigden. Dit slechts enkele maanden nadat de Kochs hun grootste succes tot dan toe hebben geboekt: mede dankzij hun gelobby is de bovengrens van particuliere politieke donaties begin 2010 na een rechtszaak afgeschaft. Deze zaak, de Citizens United vs. Federal Election Committee bepaalde dat het uitgeven van je geld aan wie je maar wil vanaf dat moment valt onder ‘vrijheid van meningsuiting’. Vanaf dan kan het met geld strooien om ‘democratische’ verkiezingen te sturen pas echt beginnen. Bij de verkiezingen van 2016 hadden de Koch broers een een recordbudget van 889 miljoen (!) dollar, ongeveer evenveel als de Republikeinen en Democraten. Het slimme aan de Kochs is dat ze zo’n goed netwerk van particuliere stichtingen en denktanks hebben opgezet, dat je ze zelden in dit soort lijstjes van directe donoren terugvindt (zoals je ziet kunnen de Democraten er ook wat van). Dit is waarom Mayers boek Dark Money heet: politieke donaties zijn van alle tijden, maar de Kochs en aanverwanten hebben een netwerk gecreëerd dat hun geld en waar het naartoe gaat onzichtbaar maakt. Gevolg: een groep van pak ‘m beet tweehonderd mensen krijgt zo evenveel inspraak als miljoenen Amerikanen. Een ander gevolg is dat kandidaten en hun ideeën gekocht kunnen worden. Zo veranderde de Republikeinse presidentskandidaat Mitt Romney radicaal van standpunt op het gebied van klimaatverandering (van ‘It is occurring and I believe that human activity is a contributing factor’ naar ‘We don’t know what is causing climate change (…) President Obama promised to heal the planet. My promise is to heal you and your family.’)

Opvallend is dat Donald Trump zelf gezegd heeft dat mensen die zich door de Kochs laten betalen ‘puppets’ zijn (een van zijn weinige wijze uitspraken). Toch heeft hij zijn presidentschap rechtstreeks aan hen te danken – sinds de jaren ’80 is het electoraat door de Koch broers langzaam klaargestoomd voor Trumps extreem rechtse gedachtegoed. Een van de weinige dingen die de Kochs en door hen gesteunde presidentskandidaten in de weg zaten was dat ze het niet uit hun strot kregen dat ze ook iets wilden betekenen voor arme, ‘gewone’ Amerikanen – en dat was nou net waar Trump zijn campagne op voerde. Naast Trump, een gekke outsider, leken de andere Republikeinse kandidaten pas écht een voortzetting van de status quo. Alleen zo (en met een anti-immigratie agenda natuurlijk) kon een miljonair verkiezingen winnen die zogenaamd om de ‘gewone man’ draaiden.

Waarom een stukje op de site van de Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam over dit onderwerp, vraag je je af (en ook: is de SLAA een linkse denktank)? Gezien de recente gebeurtenissen in de VS (met name het nazi-protest in Charlottesville van afgelopen weekend) heb ik even helemaal geen zin om over literatuur te schrijven. Het zou me bovendien niets verbazen als we bovenstaande praktijken de komende jaren ook in Nederland in toenemende mate gaan zien (hoewel Mayers boek aantoont dat de democratie in de VS al jarenlang een grap is, nemen wij nog altijd alles wat uit de VS komt met enige vertraging klakkeloos over, nietwaar). Shell is in ieder geval al lekker bezig. Het lijkt me een uitstekend moment voor schrijvers – links en rechts – om zich in het publieke debat te mengen. Boeken als die van Jane Mayer kunnen daarbij helpen.

/////

Lieke Marsman is dichter en schrijver. In 2010 verscheen haar debuut Wat ik mezelf graag voorhoud, dat een jaar later onder meer de C. Buddingh’-prijs won. Haar tweede bundel De eerste letter verscheen in januari 2014. Haar debuutroman Het tegenovergestelde van een mens, over klimaatverandering en eenzaamheid, is deze maand verschenen.

Illustratie door de ongeëvenaarde: Ellis van der Does