Franz Kafka: De Gedaanteverwisseling

Datum
12/10/2010
8:00 pm

Location
Goethe Institut

Met: Frits Abrahams,Cor de Back, Midas Dekkers en Willem van Toorn.

Franz Kafka (1883-1924) is een van de belangrijkste schrijvers van de 20e eeuw. Zijn lezers kennen hem vooral als schrijver van Het proces,Het slot en van De gedaanteverwisseling. Deze avond zal Cor de Back een lezing geven over de invloed van Kafka op de wereldliteratuur en de Nederlandse letteren. Frits Abrahams vertelt over de doorgaans problematische verhoudingen die Kafka met vrouwen had. In Kafka’s laatste – tuberculeuze -jaren was Dora Diamant zijn geliefde.

In De gedaanteverwisseling merkt de hoofdpersoon Gregor Samsa bij het ontwaken dat hij ‘s nachts in een reusachtig ondier is veranderd. Kafka laat in deze novelle zien hoe zijn omgeving op deze angstaanjagende gedaanteverwisseling reageert. Midas Dekkers legt uit welke speculaties er op Gregor Samsa zijn los gelaten. Watvoor dier is het eigenlijk? Een kever, een andere diersoort? In 2009 verscheen De gedaanteverwisseling en andere verhalen, in de vertaling van Willem van Toorn. Zijn vertaalopvattingen illustreert Willem van Toorn aan de hand van voorbeelden. In een interview zei hij: “Twee dingen spelen de hoofdrol: de stijl van de schrijver – die is bij Kafka van het allergrootste belang -, en precisie – je moet tot het bittere einde zoeken naar het juiste woord.’ Daarnagaat Cor de Back met Willem van Toorn in gesprek, onder meer over de vertaling van Het proces, waar Van Toorn momenteel aan werkt.

Fragment uit De Gedaanteverwisseling:

Toen Gregor Samsa op een ochtend uit onrustige dromen ontwaakte, ontdekte hij dat hij in zijn bed in een reusachtig ondier was veranderd. Hij lag op zijn pantserachtige harde rug en zag, als hij zijn kop een beetje optilde, zijn gewelfde, bruine, uit boogvormige stijve delen samengestelde buik, op de welving waarvan de deken, die op het punt stond er helemaal af te glijden, nauwelijks houvast kon vinden. Zijn vele, in vergelijking met zijn verdere omvang jammerlijk dunne pootjes trilden hulpeloos voor zijn ogen.

‘Wat is er met mij gebeurd?’dacht hij. Het was geen droom. Zijn kamer, een echte, zij het wat te kleine mensenkamer lag rustig tussen de vier welbekende wanden. Boven de tafel, waarop een uitgepakte monstercollectie stoffen lag uitgespreid – Samsa was handelsreiziger – hing de plaat die hij onlangs uit een geïllustreerd tijdschrift had geknipt en in een mooie vergulde lijst had gedaan. Er stond een dame op die, voorzien van een bontmuts en een bontboa, rechtop zat en naar de beschouwer een zware bontmof, waarin haar hele onderarm was verdwenen, ophief.

(vertaling Willem van Toorn, 2009)