Het ultieme literatuurdebat

Datum
17/02/2006
8:00 pm

Location
De Balie

De literatuurgeschiedenis (…) is even cruciaal voor ons als de gewone geschiedenis. Wij zijn de kinderen van Beatrijs en Mariken, Reynaert en Robbeknol, Droogstoppel en de uitvreter, Julia en Kniertje, Max Havelaar en Frits van Egters.”

Dit citaat is afkomstig uit ‘Canon van de Nederlandse letteren. Wat iedereen gelezen moet hebben van de Nederlandse literatuur’, door Mathijsen, Pleij en Vaessens. (In: De Canons. Wat iedereen wil weten over geschiedenis, literatuur, filosofie en wetenschap, 2005).
Binnenkort verschijnt er een opzienbarende zevendelige Geschiedenis van de Nederlandse literatuur. Volgens Thomas Vaessens is een literatuurgeschiedenis echter niet meer van deze tijd (De Groene Amsterdammer, Literatuur, nr. 1, 2005). Vaessens artikel roept vele vragen op: Is een literaire canon nog wenselijk, en voor wie dan? Hoe wordt een literatuurgeschiedenis opgesteld en waarin verschilt een nieuwe van een oude? Wat gebeurt er met de canon op de universiteit, in het onderwijs? Over deze kwesties is inmiddels een fel literatuurdebat gaande in kranten, tijdschriften en andere media. Op deze avond wordt de discussie op het scherpst van de snede voortgezet, met de volgende stelling als uitgangspunt: Een nieuwe literatuurgeschiedenis en de daarmee verbonden literaire canon zijn niet meer van deze tijd.
Maarten Asscher opent de avond met een introductie op het thema. Hugo Brems spreekt over zijn aanpak van het zevende deel van de nieuwe literatuurgeschiedenis, Altijd weer vogels die nesten beginnen. Marita Mathijsen vertelt welke functie de canon heeft voor letterenstudenten en Robert Anker legt uit welke betekenis literatuur heeft op een multiculturele school. Thomas Vaessens komt met een alternatief voor de gangbare literatuurgeschiedschrijving. Daarna gaan de sprekers met elkaar in debat onder leiding van Maarten Asscher. Het publiek wordt van harte uitgenodigd zich in de discussie te mengen.