trefwoord: k. schippers

Stadsgedicht

Wat je aanraakt In het Nieuwe DeLaMar vertelt hij me dat een dichter zijn onderscheiding is verloren en graag een nieuwe wil. ‘Het verkeer zit vast, de straten zijn dicht,’ lacht hij, ‘net of het zo hoort.’ Hij zwijgt, waar denkt hij aan? De vluchteling Lao Tze leert je naar het niets te kijken. De […]

Lees meer ›

Stadsgedicht

Naam en adres Mensen die sneuvelen in mei 1940 of dan zelf al niet meer willen leven, joden, onderduikers, verzetsmensen, hun namen en adressen vereeuwigd op een muur bij het Roelof Hartplein. Ze wonen in huizen van een coöperatie: de Samenwerking. Toen ik werd geboren, leefden ze nog allemaal. In de Van Baerlestraat sta ik […]

Lees meer ›

de poëziepodcast van daan doesborgh #6

Het is een onrustige vrijdagochtend in Splendor. Het Holland Festival is in volle gang, in de kleine zaal repeteert een ensemble, in de grote zaal repeteert een ensemble dus ik ga met K. Schippers, mijn gast van deze maand, op zolder zitten.

Lees meer ›

Stadsgedicht

Amsterdam, help me In het DeLaMar doorboort Freek de Jonge zondagmiddag de macht. Bert Koenders geniet. In het theatercafé vertelt de minister me na afloop dat hij Erdogan één keer heeft gesproken. ‘Moet u niet regeren?’ vraag ik. ‘Dat ga ik nu doen, er is veel contact met diplomaten.’ Een vrouw spreidt in de hal […]

Lees meer ›

Stadsgedicht

Zaterdag 1 januari 1927 Komen ze net uit Buster Keaton, ‘hoe vond je de splinter?’, ‘die kleine?’, ‘mocht z’n vriendin ’m in de locomotief gooien’, vooruit, nu op een streep van het trottoir anders sterf je, richting Rozengracht, zaterdag 1 januari 1927, de tas met de nog niet verlopen tramkaart en de bewaarde kastanje. Hoeveel […]

Lees meer ›

Stadsgedicht

– hier had een tekening kunnen staan Je staat te wachten bij een opgeheven bushalte. Afspraak met mist. Je bent een stap van plan, naar voren, stelt het uit. Iets is er niet en toch kijk je of het er is.

Lees meer ›

Stadsgedicht

Achterklap, slappe lach Hoe lachen vrienden als ze er niet meer zijn? In het hoofd van een ander, zegt Philip nou iets over Jutka, Paul over Flip, ik over Paul of Jutka over mij, luister, kom anders iets dichterbij: Philip weet niet dat hij wordt bespied, wij wel, Paul (1924–2002) en ik (1936- ) achter […]

Lees meer ›

Stadsgedicht

V&D V&D is dicht, kan het niet geloven, V&D is nu echt dicht, al wil een man uit Bussum de naam kopen, hij weet nog niet wat-ie ermee gaat doen. In gedachten ga ik nog een keer naar binnen, denk dat een vrouw me groet, nee, ze krabt op haar wang. Had ik maar een […]

Lees meer ›

Stadsgedicht

Keldergaten, lantaarnpalen In de tijd van Karel Knal en de wonderschoenen kreeg ik de kicksen van Jan van Diepenbeek, opraaien, prop papier met elastiek erom. Niemand had kicksen, droeg ze op straat, keldergaten, lantaarnpalen, alles was een doel. De naam Van Diepenbeek in glimmende cirkeltjes tussen de noppen, half bedekt door kluiten aarde als het […]

Lees meer ›

Stadsgedicht

Verplaatste namen A. Alberts, J. Beek, J.J. Bergmans, J. vd Berg, S. Beugeltas, E. Bosboom, P. Bruyn, N. Brander, A.G. vd Brom, J.J.C. Buizer, F.C.C.M. Coelen, I. Cohen, I.N. Cohen. In een zijgang van een wit gebouw aan het Singel, nummer 250, hoek Raadhuisstraat, zie je twee plaquettes met namen, N. van Delft, N. Denneboom, […]

Lees meer ›